Kantonrechter Amsterdam 04-11-1999 (Brouwer), JAR 2000, 32


Wederzijds goedvinden. CAO. Toepasselijk recht. Wettelijke verhoging. Gezagsverhouding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 32.

Een werknemer (31/2 jaar in dienst) komt met zijn werkgever overeen de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Nadat eindafrekening ter finale kwijting heeft plaatsgevonden, vordert de werknemer o.a. achterstallig loon vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De werkgever zou in strijd met de van toepassing zijnde CAO de loonsverhogingen gedurende de arbeidsovereenkomst niet hebben uitbetaald. De werkgever stelt niet de werkgever te zijn, doch slechts de gemachtigde van de Italiaanse onderneming, die de arbeidsovereenkomst van de werknemer heeft overgenomen van een andere Italiaanse onderneming, waarbij de werknemer destijds in dienst is getreden en die inmiddels is gefailleerd. Voor het geval de werkgever wel de werkgever is, stelt deze een beëindigingsovereenkomst te hebben gesloten ter finale kwijting. Bovendien is de CAO niet van toepassing op een niet in Nederland gevestigde onderneming. Daarnaast beroept de werkgever zich op rechtsverwerking. De kantonrechter verwerpt het primaire verweer. De directeur van de Nederlandse vestiging heeft de werknemer gecontracteerd op het kantooraders van deze vestiging en ook het sollicitatiegesprek gevoerd. Het feit dat de loonstroken de naam van de Italiaanse onderneming vermelden, doet daar niet aan af. De werknemer mocht aannemen dat zijn werkelijke werkgever, de Nederlandse vestiging was waar hij de arbeidsovereenkomst was overeengekomen en van waaruit hij zijn werkzaamheden verrichtte. Bovendien heeft de werkgever geen enkel bewijs overgelegd. Daarnaast beroept de werkgever zich ten onrechte op de beëindigingsovereenkomst, nu hij zich daar niet aan heeft gehouden door het erkende loon niet binnen de overeengekomen termijn te voldoen. Indien het gevorderde inderdaad verschuldigd is, is ook op dit punt niet aan de overeenkomst voldaan, zodat er geen sprake is van finale kwijting. Omdat Nederlands recht van toepassing is, is ook de CAO van toepassing, zelfs indien de in Italië gevestigde onderneming de werkgever zou zijn, omdat deze geacht wordt in Nederland gevestigd te zijn op het adres van de Nederlandse vestiging. De kantonrechter wijst de loonvordering toe onder matiging van de wettelijke verhoging tot 25%.

Verder lezen
Terug naar overzicht