Kantonrechter Amsterdam 11-03-1999, 02-11-1999 (Dantuma), JAR 2000, 1


Overgang onderneming. Loon (optieregeling). Wijziging arbeidsvoorwaarden. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 1.

Een werknemer vordert met 25 anderen beschikbaarstelling van opties op aandelen en subsidiair een vergoeding van de waarde van de optierechten (NLG 58.375,-- netto per werknemer). De werknemers zijn per 1 januari 1997 op grond van overgang onderneming in dienst getreden bij de werkgever en stellen dat de optierechten als zijnde arbeidsvoorwaarden van rechtswege zijn overgegaan. Bovendien zou voor de overgang door beide werkgevers uitdrukkelijk zijn toegezegd dat de werknemers er niet op achteruit zouden gaan. De werkgever stelt dat optierechten geen arbeidsvoorwaarde waren maar een discretionaire concernregeling, die in fusieoverleg aan de orde is geweest en waarover een bindende afspraak is gemaakt. Conform deze afspraak is aan alle werknemers NLG 6.000,-- bruto uitgekeerd. De werknemer betwist het akkoord over het optieplan en de kantonrechter laat de werkgever toe dit te bewijzen. De kantonrechter acht de werkgever niet geslaagd in het bewijs, nu de afspraken niet zijn vastgelegd. Ook het doen van de betaling brengt geen binding aan de afspraak met zich mee. De vraag is of het optieplan moet worden beschouwd als een arbeidsvoorwaarde of als een discretionaire concernregeling. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever op grond van art. 7:655 BW (inhoud arbeidsovereenkomst), art. 7:626 BW (loonstrook) en op grond van goed werkgeverschap dit onderscheid duidelijk kenbaar dient te maken. Dit geldt temeer nu het gaat om een voorwaarde c.q. regeling die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. Eventuele onduidelijkheden zijn voor risico van de werkgever. Aangezien de werknemers gedurende tien jaar ononderbroken jaarlijks rechten uit een optieplan hebben ontvangen, de werkgever niet duidelijk heeft aangegeven dat het niet om een arbeidsvoorwaarde ging, de optierechten op concernniveau werden toegekend, in de salarisspecificatie werden verantwoord en als looncomponent werden behandeld, beschouwt de kantonrechter het optieplan als arbeidsvoorwaarde. De werkgever is op grond van overgang van onderneming daaraan gebonden. De kantonrechter wijst de vordering toe.

Terug naar overzicht