Kantonrechter Amsterdam 15-01-2001 (Fruytier), JAR 2001, 29


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (opties).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 29.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als gevolg van een fusie en onduidelijkheden omtrent het al dan niet vervullen van de functie van financieel directeur is een onwerkbare situatie ontstaan. De werknemer (46 jaar, 14 jaar in dienst, salaris NLG 20.000,-- bruto per maand exclusief bonus) betwist dit en verzoekt een vergoeding van NLG 5.270.990,-- bruto. Ten aanzien van de vergoeding die aan de werknemer dient te worden toegekend overweegt de kantonrechter dat rekening dient te worden gehouden met de optieplannen die voor de werknemer bestonden. Hij moet deze optierechten kunnen uitoefenen bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Dit, omdat de arbeidsovereenkomst eindigt vanwege het fusiebesluit en dit ligt geheel in de risicosfeer van werkgever. Ten aanzien van de vraag of de optieplannen verder moeten meetellen bij de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de vergoeding de verantwoordelijkheid reflecteert die de werkgever ook na het beëindigen van het dienstverband draagt voor het behoud van een zeker inkomensniveau van de werknemer. Dat geldt zeker voor een werknemer met een modaal inkomen die door ontslag wordt geconfronteerd met een inkomensval. De vergoeding is echter niet bedoeld als vermogensvorming. Evenmin kan worden volgehouden dat de vergoeding ook is bedoeld om vermogensvorming die uit een hoog inkomen heeft kunnen plaatsvinden na de beëindiging van het dienstverband te kunnen voortzetten. Ondanks het feit dat de optieplannen een waarde vertegenwoordigen van in totaal NLG 1.131.000,-- en ondanks het feit dat de werknemer een dienstverband had van 14 jaar met een jaarsalaris van gemiddeld NLG 360.928,-- kent de kantonrechter een vergoeding toe van NLG 600.000,-- bruto. Dit mede gezien het feit dat de werknemer in een soortgelijke functie zo'n NLG 200.000,-- kan verdienen en het feit dat hij binnen zes à negen maanden een dergelijke functie zal kunnen bemachtigen. Van belang volgens de kantonrechter is hierbij de tijd waarover medeverantwoordelijkheid voor de werkgever blijft bestaan voor het door de werknemer te handhaven zij het aflopend inkomensniveau

Verder lezen
Terug naar overzicht