Kantonrechter Amsterdam 19-04-1999, JAR 1999, 96 (Groenendaal), Prg. 1999, 5220


Voorlopige voorziening. Schorsing (verhoging dwangsom).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 96.

Een werkgever ontheft een werkneemster (productcontractor, salaris NLG 9.350,37 bruto per maand) uit haar functie omdat deze in het kader van een reorganisatie is komen te vervallen. De werkneemster vordert als voorlopige voorziening wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom. Als de kantonrechter de vordering toewijst, dient de werkgever een verklaring ex art. 116 lid 4 Rv in en maakt de werkneemster een bodemprocedure aanhangig. De werkgever laat de werkneemster niet toe tot haar werkzaamheden en betaalt de dwangsom van NLG 1.000,-- per dag tot een maximum van NLG 100.000,--. De werkneemster vordert thans bij voorlopige voorziening een hogere dwangsom om tewerkstelling af te dwingen. De werkgever stelt gevolg te hebben gegeven aan het vonnis van de kantonrechter door in plaats van tewerkstelling de dwangsommen te betalen. Volgens de werkgever is van deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk en zou, omdat er geen sprake is van een nieuw rechtsfeit, het nu gaan om een verkapt appèl op grond waarvan de werkneemster niet ontvankelijk verklaard zou moeten worden. De kantonrechter is het met de werkgever eens dat geen hoger beroep mogelijk is en dat de uitspraak, waarin tewerkstelling is gelast, bindend is, totdat in de bodemprocedure is beslist. In tegenstelling tot de werkgever is de kantonrechter van oordeel dat de dwangsom geen alternatief is voor de tewerkstelling maar een boete voor het niet nakomen van een verplichting en bedoeld als prikkel om een veroordeling uit te voeren. De werkgever is niet van de veroordeling tot wedertewerkstelling bevrijd door het betalen van de maximale dwangsom. In dit geval is de prikkel tot uitvoering van het vonnis kennelijk niet sterk genoeg geweest. Voor de werkneemster is de uitspraak illusoir, tenzij de dwangsommen worden verhoogd. Nu er sprake is van een nieuw gegeven, is de werkneemster ontvankelijk in haar vordering. De kantonrechter stelt de dwangsom vast op NLG 10.000,-- per dag met een maximum van NLG 1.000.000,--.

Terug naar overzicht