Kantonrechter Amsterdam 24-03-2000 (Groenendaal), JAR 2000, 91


Proeftijd. Bepaalde tijd. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 91.

Een werknemer komt met een werkgever overeen per 1 september 1999 in dienst te treden voor de duur van zes maanden met een proeftijd van één maand en een salaris van NLG 4.250,-- bruto per maand. Na het sluiten van de arbeidsovereenkomst besluit de werkgever op grond van ernstige financiële tegenvallers tot inkrimping van het personeelsbestand. De werknemer wordt op zijn eerste werkdag medegedeeld dat hij kan vertrekken omdat zijn functie is vervallen. De werknemer stelt dat de werkgever misbruik maakt van het proeftijdbeding door hem in de proeftijd te ontslaan op grond van verval van functie. Bovendien heeft de werkgever zich niet als goed werkgever gedragen door de werknemer tijdens het sollicitatiegesprek niets mede te delen over de financiële problemen. Hij vordert een schadevergoeding van zes maanden salaris met vakantietoeslag. De kantonrechter stelt dat de proeftijd is bedoeld om werknemers' functioneren te beoordelen en niet voor het doel waarvoor de werkgever deze heeft gebruikt. Aannemelijk is dat de werkgever wist van de financiële tegenvallers ten tijde van het sollicitatiegesprek, respectievelijk het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever had de werknemer moeten informeren om te voorkomen dat de werknemer zijn baan zou opzeggen zonder de risico's te kennen. Door dit niet te doen heeft de werkgever niet als goed werkgever gehandeld en misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot ontslag in de proeftijd. Dit maakt de werkgever schadeplichtig. De kantonrechter schat de schade, gebaseerd op 5 maanden aanvulling WW-uitkering, sollicitatiekosten en buitengerechtelijke kosten op NLG 10.000,-- en wijst dat bedrag toe.

Terug naar overzicht