Kantonrechter Apeldoorn 04-09-2002 (Buijs), Prg. 2002, 5949, JAR 2002, 242


Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 242.

Op 19 juni 1995 is de werknemer door rugklachten volledig arbeidsongeschikt geraakt. Vanaf 19 juni 1996 ontving hij een WAO-uitkering. Op 1 november 1997 is hij volledig arbeidsgeschikt verklaard. Op 18 mei 1999 is de werknemer opnieuw door rugklachten arbeidsongeschikt geworden. Vanaf 15 juni 1999 heeft hij een WAO-uitkering ontvangen. Met ingang van 15 mei 2000 heeft de werknemer zijn werkzaamheden weer hervat. De werknemer vordert, onder verwijzing naar de toepasselijke CAO, veroordeling van de werkgever om hem zijn loon door te betalen gedurende één jaar vanaf 18 mei 1999. Hij stelt dat zijn periode van arbeidsongeschiktheid in 1999 niet samengeteld kan worden met die in 1995 en 1996. Weliswaar ontving hij vanaf vier weken na 18 mei 1999 een WAO-uitkering op grond van de Wet Amber, doch dit laat onverlet dat hij aanspraak kan maken op doorbetaling van loon, onder aftrek van de WAO-uitkering. De kantonrechter wijst de vordering toe. Anders dan de werkgever aanvoert, ontstaat ook bij een arbeidsongeschiktheid die uit dezelfde oorzaak voortkomt als een eerdere arbeidsongeschiktheid in beginsel een nieuw recht op doorbetaling van loon. Daaraan doet niet af dat aan de werknemer op grond van de Wet Amber na vier weken weer een WAO-uitkering is toegekend. Het bedrag van deze WAO-uitkering kan de werkgever in mindering brengen op zijn loondoorbetalingsverplichting. De werkgever dient derhalve alsnog vanaf 18 mei 1999 gedurende één jaar het loon door te betalen. Ook is hij op grond van de CAO gehouden om gedurende het tweede en derde ziektejaar vanaf mei 1999 de WAO-uitkering van de werknemer aan te vullen. (Zie ook Kantonrechter Rotterdam 08-12-1999, JAR 2000, 142, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 241 en Kantonrechter Rotterdam 21-01-2000, JAR 2001, 181, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 256).

Terug naar overzicht