Kantonrechter Apeldoorn 07-06-2000 (Buijs), Prg. 2000, 5517


Bepaalde tijd.

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar werd met twee maanden verlengd tot 1 januari 1999. De werkneemster stelt zich op het standpunt dat vervolgens opzegging, en dus ontslagvergunning, is vereist. Ingevolgde de CAO kan een arbeidsovereenkomst eenmalig worden voortgezet zonder opzegverplichting, maar de werkneemster beroept zich op de bepaling in de eerste arbeidsovereenkomst waarin opzegtermijnen waren neergelegd. De kantonrechter laat in het midden of de opzegtermijnen nu waren bedoeld voor het geval de arbeidsovereenkomst te eniger tijd voor onbepaalde tijd zou gaan gelden dan wel gedoeld werd op de mogelijkheid van tussentijdse opzegging, nu geen van beide situaties aan de orde is. Het, ongelukkigerwijs, in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd spreken over opzegtermijnen leidt niet tot een opzegverplichting en de overeengekomen verlenging van twee maanden doet aan het einde daarvan de overeenkomst van rechtswege eindigen. De vordering van de werkneemster wordt dan ook afgewezen.

Terug naar overzicht