Kantonrechter Arnhem 21-02-2000 (Wefers Bettink), Prg. 2000, 5458


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Loon (optieregeling). Auto. Wettelijke verhoging.

De arbeidsovereenkomst (voor bepaalde tijd) van een businessmanager vermeldt dat bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst een optieregeling zal worden toegekend in plaats van de dertiende maand, die kan worden uitgeoefend bij feitelijke aanstelling tot algemeen directeur. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding expliciet zonder rekening te houden met de optieregeling, nu die regeling slechts in het vooruitzicht was gesteld bij eventuele benoeming tot directeur. De werkgever verrekent met het loon zijn vordering op de werknemer terzake van kosten voor de lease-auto en onkosten. De werknemer vordert uitvoering van de optieregeling en subsidiair een schadevergoeding van NLG 200.000,--, naast uitbetaling van het verrekende loon. De werkgever stelt dat in de ontbindingsbeschikking over de regeling is beslist en dat de werknemer niet-ontvankelijk is. De werkgever vordert in reconventie het verschil tussen het te verrekenen en het verrekende bedrag. De kantonrechter acht de werknemer ontvankelijk omdat de werknemer uitvoering van de regeling vordert over de periode dat hij in dienst was en in de ontbindingsprocedure is daar geen oordeel over gegeven. De vordering kan echter niet worden toegewezen, ook al zou de werknemer de taken van de algemeen directeur hebben uitgeoefend. Hij is als zodanig niet benoemd en dit was voorwaarde voor de uitvoering van de optieregeling. Ook de subsidiaire vordering wijst de kantonrechter af. Afgezien dat de kantonrechter de optieregeling wel degelijk heeft getoetst, heeft de werknemer niet aannemelijk gemaakt op grond waarvan hem een schadevergoeding toekomt. Het feit dat hij schade heeft geleden ten gevolge van de ontbinding brengt niet mee dat de werkgever deze moet vergoeden. De werknemer heeft wel aanspraak op uitbetaling van achterstallig loon en onkostenvergoeding, maar in verband met het forse aantal privé-kilometers dient de werknemer de helft van de leasebedragen aan de werkgever te vergoeden. In verband met het feit dat een deel van het in reconventie gevorderde bedrag toewijsbaar is, matigt de kantonrechter de wettelijke verhoging tot 10%.

Verder lezen
Terug naar overzicht