Kantonrechter Arnhem 21-04-1997, Prg. 1999, 5183 (Croll)


Ontslag op staande voet. Voorlopige voorziening.

Een bankmedewerker betalingsverkeer (ruim 16 jaar in dienst, salaris NLG 3278,08 bruto per maand ) wordt op staande voet ontslagen omdat hij met behulp van een aan een collega toebehorend user-ID met bijbehorend pass-word, rekeninghouders van de werkgever heeft benaderd. De werknemer was daartoe niet geautoriseerd. De werknemer ontkent het onbevoegde gebruik van de user-ID en roept de nietigheid van het ontslag op staande voet in. De werknemer stelt dat ook al zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan het onrechtmatig gebruik, dan nog levert dit geen dringende reden op. Hij vordert bij voorlopige voorziening toelating tot zijn werkzaamheden en doorbetaling van loon. De kantonrechter overweegt dat een vordering tot tewerkstelling in een voorlopige voorzieningprocedure alleen dan kan worden toegewezen, indien zonneklaar duidelijk wordt dat het ontslag op staande voet nietig is. In dit geval heeft de werknemer gesteld zich niet schuldig te hebben gemaakt aan onrechtmatig gebruik. De werkgever heeft echter voldoende aanwijzingen gegeven waaruit tenminste de schijn wordt gewekt dat de werknemer iets te maken heeft met het onrechtmatig gebruik. Dit wil niet zeggen dat de werknemer terecht op staande voet is ontslagen. In een voorlopige voorzieningprocedure moet echter aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer op geen enkele manier betrokken is geweest. Ook kan niet worden uitgemaakt noch worden uitgesloten of de verweten gedraging al dan niet een dringende reden oplevert. Het feit dat de werkgever twee weken na op de hoogte te zijn gebracht van de dringende reden, tot ontslag op staande voet overging, wil niet zeggen dat dit ontslag nietig is, omdat de werkgever onderzoek diende te verrichten en de werknemer zich ziek had gemeld. De kantonrechter wijst de vordering af.

Verder lezen
Terug naar overzicht