Kantonrechter Arnhem 22-07-2003 (Van Empel), KG 2003, 245, Prg. 2003, 6137


Loon. Ontslag op staande voet. Ziekte.

Tussen de werkgever en de werkneemster, een receptioniste/telefoniste, twee jaar in dienst, salaris € 999,36 bruto per maand op basis van een 32-urige werkweek, ontstaat een conflict over de uitbreiding van de arbeidsuren. De werkneemster meldt zich ziek. De werkgever ontslaat vervolgens de werkneemster op staande voet, wanneer zij na hersteldverklaring niet op het werk verschijnt. De werkneemster die, na twee maanden ziekte waarin 100% van het loon werd doorbetaald, nog maar 70% van het loon krijgt doorbetaald, vordert achterstallig loon tot datum hersteldverklaring en ook loon vanaf die datum tot aan de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De kantonrechter wijst de aanvulling van 30% af, omdat op grond van de arbeidsovereenkomst de werkgever gerechtigd was na twee maanden ziekte het loon voor 70% uit te betalen. De loonvordering na hersteldverklaring wordt wel toegewezen, omdat de kantonrechter waarschijnlijk acht dat de bodemrechter zal oordelen dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De werkneemster is namelijk niet gesommeerd weer aan het werk te gaan, zodat niet gebleken is dat de werkneemster hardnekkig geweigerd zou hebben de bedongen arbeid te verrichten. De omstandigheid dat de werkneemster niet uit eigen beweging op het werk is verschenen, nadat zij had gehoord dat zij weer arbeidsgeschikt was verklaard, is onvoldoende grond voor ontslag op staande voet. De kantonrechter geeft partijen in overweging zijn beslissing in de ontbindingsprocedure af te wachten.

Terug naar overzicht