Kantonrechter Bergen op Zoom 16-05-2001 (Minnaar), JAR 2001, 176


Opzegging (conversie?). Zwangerschap. RDA-vergunning. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 176.

De werkgever heeft bij brief van 25 oktober 1999 de arbeidsovereenkomst met de werkneemster opgezegd tegen 1 januari 2000 wegens bedrijfsbeëindiging. Deze brief is in de loop van november 1999 door de werkneemster ontvangen. Op 15 november 1999 heeft de werkneemster zich ziek gemeld. Zij was op dat moment zwanger. Op 26 november 1999 heeft de RDA een ontslagvergunning ten aanzien van onder meer de werkneemster afgegeven. Deze vergunning was geldig tot 21 januari 2000. Op 2 december 1999 is door de verloskundige een zwangerschapsverklaring afgegeven, inhoudende dat de werkneemster vermoedelijk zal bevallen op 30 december 1999. Zij is bevallen op 3 januari 2000. Bij brief van 23 maart 2000 heeft de werkneemster de nietigheid van de opzegging ingeroepen. De werkgever stelt dat de opzegging rechtsgeldig is omdat de werkneemster eerst vanaf 2 december 1999, de dag waarop de verloskundige de verklaring heeft afgegeven, aanspraak kon maken op ziekengeld in verband met haar bevalling. Verder zou de opzegging van 25 oktober 1999 geconverteerd zijn in een geldige opzegging op het moment dat de ontslagvergunning verkregen werd (26 november) en zou het ontslag op die grond geldig zijn. De kantonrechter overweegt dat voor vaststelling van de dag waarop het ziekengeld ex art. 29a lid 1 ZW is ingegaan niet bepalend is op welke dag een arts of verloskundige een verklaring heeft afgegeven. De uitkering van het ziekengeld begint zes weken voor de vermoedelijke dag van de bevalling. In dit geval is dat 18 november 1999. Ook het GAK is daarvan uitgegaan. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst van eiseres niet meer na 18 november kon worden beëindigd. De opzegging is derhalve nietig. Conversie van deze opzegging is niet mogelijk omdat dit alleen kan indien ten tijde van de ongeldige opzegging een geldige opzegging tegen een latere datum mogelijk zou zijn geweest. Op het moment waarop de werkneemster kennis nam van de ontslagvergunning - begin december 1999 - kon echter niet opgezegd worden. Nu de werkneemster tijdig de nietigheid van het ontslag heeft ingeroepen, is, gezien voorgaande, haar loonvordering toewijsbaar

Terug naar overzicht