Kantonrechter Breda 26-02-2002 (Slot), JAR 2002, 86


Goed werkgeverschap. Ontbinding gewichtige redenen (disfunctioneren).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 86.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer - 56 jaar oud, 25 jaar dienst, salaris NLG 14.120,75 per maand - met toekenning van een vergoeding van € 133.566,48. Daartoe stelt hij dat de werknemer in de periode van 1984 tot 1989, in welke periode hij bij dochterondernemingen van de werkgever heeft gewerkt, niet naar behoren heeft gefunctioneerd. In de negen jaar daarna is hij wel bij de werkgever in dienst geweest, maar is hij door hem bij een derde gedetacheerd. Na beëindiging van deze detachering had de werkgever, zo stelt hij, geen passende functie meer voor de werknemer en heeft hij aangedrongen op outplacement. De werknemer zou daarin niet of nauwelijks hebben willen meewerken. De werknemer heeft nog wel op eigen initiatief vier detacheringen weten te bewerkstelligen, maar nu ook deze zijn afgelopen is er geen werk meer voor hem. De werknemer bestrijdt dat hij niet goed zou functioneren. De detacheringen zijn goed verlopen. De werkgever zou zich onvoldoende hebben ingespannen om voor hem een passende functie te vinden. De kantonrechter stelt vast dat uit een tweetal verslagen uit 1988 mogelijk afgeleid kan worden dat de werknemer op enig moment tekort schoot op het gebied van coördinatie en integratie, doch niet dat sprake is geweest van een ernstig disfunctioneren in meerdere opzichten. De werkgever heeft ook geen actie ondernomen om een eventueel standpunt dat de werknemer disfunctioneerde middels een functioneringsc.q. beoordelingsgesprek of op andere wijze aan hem kenbaar te maken. Niet is gebleken dat de werknemer tijdens zijn langdurige detachering niet goed gefunctioneerd zou hebben. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat van enig disfunctioneren in die zin dat de werkgever een herplaatsing van de werknemer binnen zijn concern mocht tegenhouden, geen sprake is geweest. De werkgever is op grond van het Werkgelegenheidspact gehouden zich tot het uiterste in te spannen om elke werknemer van wie de functie vervalt een passende functie aan te bieden. Niet is gebleken dat de werkgever zich heeft ingespannen om een functie voor de werknemer te vinden. Ongeloofwaardig is dat er geen enkele functie zou zijn. Eén en ander brengt mee dat het ontbindingsverzoek van de werkgever moet worden afgewezen.

Terug naar overzicht