Kantonrechter Deventer 01-04-1999, JAR 1999, 94 (Wikkers)


Bedrijfsongeval.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 94.

Een werkneemster valt tijdens het uitvoeren van haar werkzaamheden van de trap, tengevolge waarvan zij arbeidsongeschikt wordt. De werkneemster acht de werkgever hiervoor aansprakelijk omdat de trapleuning ontbrak. Bovendien heeft de werkgever verzuimd de arbeidsinspectie in te schakelen. De kantonrechter is van oordeel dat in het midden kan blijven of de werkneemster gehaast de trap afliep en of deze al dan niet glad was. Vaststaat dat de rechterleuning plaatselijk ontbrak en aannemelijk is dat zij daardoor is komen te vallen. De werkgever is hiervoor in beginsel aansprakelijk en daaraan doet niet af dat de werkneemster wist van de kapotte trapleuning en dat zij vele malen per dag de trap op en af liep. Onoplettendheid van de werknemer ontslaat de werkgever niet van zijn aansprakelijkheid. Het had op de weg van de werkgever gelegen aannemelijk te maken dat het ongeval niet is veroorzaakt door de kapotte trapleuning. Door geen concreet bewijsaanbod te doen, heeft de werkgever niet kunnen aantonen aan zijn zorgverplichting ex art. 7:658 lid 1 BW te hebben voldaan. De kantonrechter wijst de gevorderde verklaring voor recht toe en veroordeelt de werkgever tot vergoeding van schade en kosten nader op te maken bij staat.

Terug naar overzicht