Kantonrechter Deventer 08-07-2004 (Canté), JAR 2004, 195


Ontbinding gewichtige redenen. Anciënniteitsbeginsel. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 195.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 47 jaar oud, in dienst sinds 1 mei 1987, laatstelijk als junior field manager field operations bij de bedrijfsvestiging te Deventer tegen een salaris van € 2.868,– bruto per maand exclusief vakantietoeslag. De werkgever voert daartoe aan dat hij in het kader van reorganisatie drie vestigingen gaat samenvoegen tot één vestiging en dat in dat verband de functie van de werknemer komt te vervallen. De werknemer stelt dat hij langer in dienst is dan twee andere junior field managers bij de vestiging van de werkgever te Nieuwegein en dat hij daarom ten onrechte voor ontslag is voorgedragen. De werkgever stelt dat de samenvoeging van de drie vestigingen onderdeel van de reorganisatie vormt en daarom voor de toepassing van het anciënniteitsbeginsel buiten beschouwing moet blijven. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is met de werkgever van oordeel dat in een geval als het onderhavige, waarin een samenvoeging van afzonderlijke bedrijfsvestigingen zoals bedoeld in art. 4:2 lid 1 Ontslagbesluit tot één nieuw bedrijfsonderdeel is voorzien, voor de toepassing van het anciënniteitsbeginsel de organisatie zoals die bestond ten tijde van het besluit tot reorganisatie tot uitgangspunt moet worden genomen. Zou anders worden geoordeeld, dan zou de werkgever door de inrichting van de voorgenomen reorganisatie het effect van de toe te passen regelgeving kunnen sturen, hetgeen tegen de achtergrond van inhoud en strekking van die regelgeving als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt. Nu de werknemer niet heeft bestreden dat hij op basis van het anciënniteitsbeginsel, toegepast binnen de oorspronkelijke vestiging te Deventer alwaar hij werkzaam is, in het kader van de reorganisatie terecht voor ontslag is voorgedragen, is het ontbindingsverzoek toewijsbaar. Daarbij komt aan de werknemer conform het aanbod van de werkgever een vergoeding toe op grond van het sociaal plan die is berekend op basis van de kantonrechtersformule (€ 64.814,– bruto).

Terug naar overzicht