Kantonrechter Dordrecht 04-11-1999, JAR 1999, 264 (Cartigny)


Bepaalde tijd (duur van een project).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 264.

Een werknemer wordt aangesteld als procesoperator voor de duur van een project in het kader van een afslankingsoperatie tegen een salaris van NLG 5.300,-- bruto per maand. Als de opdrachtgever aangeeft geen gebruik meer te willen maken van de diensten van de werknemer, vanwege de terugkomst van een eigen operator, zegt de werkgever het dienstverband op per 1 juli 1998. De werknemer, die ziek is, stelt dat het project per 31 december 1998 is geëindigd en dat de arbeidsovereenkomst dus tussentijds is opgezegd terwijl hij ziek was. Hij vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter is het met de werknemer eens dat het project als geëindigd moet worden beschouwd als de afslankingsperiode is voltooid, dus op 31 december 1998. Het feit dat gedurende de afslankingsoperatie werkzaamheden zijn weggevallen, wil niet zeggen dat daarmee de arbeidsovereenkomst van de werknemer is geëindigd. Dat zou anders zijn indien dit expliciet was overeengekomen voor bijvoorbeeld de duur van een deelproject en de verschillende fasen bepaalbaar waren. Ook het feit dat er meerdere ingehuurde krachten zijn en de werkgever het last in, first out-principe hanteert, leidt niet tot een ander oordeel. Enerzijds betwist de werknemer dat hij dit wist en anderzijds kan hiermee niet gezegd worden dat het einde van de arbeidsovereenkomst objectief voldoende bepaalbaar was. De werknemer wist namelijk niet in welke volgorde de arbeidsovereenkomsten van de ingehuurde krachten zouden eindigen. Het ontslag van de werknemer is dus nietig en de kantonrechter wijst de loonvordering toe, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10%.

Terug naar overzicht