Kantonrechter Dordrecht 10-02-2000 (Hijmans), JAR 2000, 50


Concurrentiebeding. Voorlopige voorziening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 50.

Een werknemer met een dienstverband van zes jaar, salaris ongeveer NLG 4.500,-- bruto per vier weken, neemt ontslag om in dienst te treden bij een concurrent. De werkgever houdt de werknemer aan het destijds overeengekomen concurrentiebeding. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening tenietdoening dan wel schorsing van het concurrentiebeding. De werknemer stelt dat hij na overname van het bedrijf waar hij werkzaam was, onder druk een concurrentiebeding heeft ondertekend. Een voormalige collega bevestigt dit. De toenmalige personeelsfunctionaris stelt niet op de hoogte te zijn geweest van het bezwaar. De kantonrechter overweegt dat de werknemer er geen enkel belang bij heeft gehad het concurrentiebeding te ondertekenen, behalve het belang van een goede verstandhouding met de opvolgende werkgever. De kantonrechter acht aannemelijk dat de werknemer bezwaren had tegen het concurrentiebeding en dit heeft geuit, zodat moet worden aangenomen dat het concurrentiebeding onder druk is ondertekend. Met betrekking tot de concurrentiepositie van de nieuwe werkgever ten opzichte van de oude werkgever overweegt de kantonrechter dat een deskundigenrapport in de rede zou liggen. Gezien het voorlopige oordeel dat de werkgever de werknemer niet aan het concurrentiebeding kan houden, onthoudt de kantonrechter zich van een oordeel. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding totdat in de bodemprocedure zal zijn beslist.

Terug naar overzicht