Kantonrechter Eindhoven 26-11-1998, JAR 1999, 35 (Drijkoningen)


Schorsing. Zwangerschap. Ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 35.

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een inmiddels op non-actief gestelde zwangere werkneemster (drie jaar in dienst, salaris NLG 2.240,-- bruto per maand) met een vergoeding van drie maanden salaris. De kantonrechter wijst het verzoek af. De werkneemster heeft de werkgever te kennen gegeven na haar zwangerschapsverlof haar werkzaamheden te willen hervatten. De werkgever stelt nogmaals voor de arbeidsovereenkomst te beëindigen met een vergoeding van twee maanden salaris en tegelijkertijd laten zeven collega's weten geen heil meer te zien in verdere samenwerking. De werkneemster meldt zich vervolgens ziek. Als de Arbo-arts de werkneemster arbeidsgeschikt verklaart, neemt de werkneemster ontslag. Na ruim zes maanden verzoekt de werkneemster ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 4.480,-- bruto. De kantonrechter verklaart de werkneemster niet ontvankelijk. Thans vordert de werkneemster een schadevergoeding wegens strijd met goed werkgeverschap. De kantonrechter overweegt dat de werkgever vanaf de non-actiefstelling ondubbelzinnig heeft gestreefd naar beëindiging van het dienstverband (zelfs tijdens de zwangerschap), zodanig dat terugkeer niet meer mogelijk was. Het feit dat zij zelf ontslag heeft genomen staat aan een vordering op grond van strijd met goed werkgeverschap niet in de weg noch heeft de werkneemster daardoor haar recht op een schadevergoeding verwerkt. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever niet als een goed werkgever heeft gehandeld en acht een vergoeding van NLG 3.360,-- billijk.

Terug naar overzicht