Kantonrechter Enschede 16-02-2001 (Vos), JAR 2001, 47


(Voorwaardelijke) ontbinding gewichtige redenen. Ontslag(name door werknemer) op staande voet. Ziekte (niet getoetst reïntegratieplan).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 47.

Het betreft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek door een werkgever na een beweerdelijk door de werknemer (nog geen jaar in dienst tegen een salaris van NLG 3.594,40 bruto per maand) zelf genomen ontslag op staande voet. De werknemer is arbeidsongeschikt, maar het overgelegde reïntegratieplan is niet door een uitvoeringsinstelling (UVI) getoetst. In de onderhavige situatie zijn er echter geen mogelijkheden tot integratie en de kantonrechter schat in dat de werknemer wel is gebaat bij een spoedige ontbinding. De wet kent voor deze situatie echter geen uitzondering. Evenmin bieden de aanbevelingen van de kring van kantonrechters een aanknopingspunt. De kantonrechter refereert aan het arrest van de HR van 29-09-2000 (Kuijper/ING, RvdW 2000, 194, JOL 2000, 449, JAR 2000, 224, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 195), waarin de Hoge Raad besliste dat een met het BW strokende uitleg zich ertegen verzet dat een ontbindingsverzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard op de enkele grond dat niet reeds bij het verzoekschrift tot ontbinding een reïntegratieplan was gevoegd. In casu is er wel een reïntegratieplan, dit is alleen niet getoetst. De kantonrechter legt een andere redelijkheidstoets aan en is van oordeel dat te verlangen dat nog toetsing van het reïntegratieplan plaatsvindt door een UVI niet zo onredelijk is dat dit niet van de werkgever kan worden verlangd, ook al blijft het in de gegeven omstandigheden onmogelijk om ook maar enige zin in de eis van overlegging van een getoetst reïntegratieplan te onderkennen De kantonrechter houdt de behandeling aan totdat een getoetst reïntegratieplan is overgelegd

Terug naar overzicht