Kantonrechter Enschede 19-05-1999, JAR 1999, 124 (De Groot)


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (C=1,4725371).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 124.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een bedrijfsdirecteur van een dochteronderneming (acht jaar in dienst, daarvoor zeven jaar in dienst bij een zusteronderneming, salaris NLG 12.353,-- bruto per maand) omdat de aandeelhouders en de commissarissen geen vertrouwen meer in hem hebben. De werkgever houdt de werknemer aansprakelijk voor de begrotingsoverschrijdingen en voor kromgetrokken mallen. Ook zou de werknemer te veel personeel hebben aangesteld en te veel planningsfouten hebben gemaakt. De werkgever verwijst daarbij naar een rapport van een adviesbureau, waarin staat dat de werknemer een partner naast zich nodig heeft die hem voldoende stuurt. De werknemer ontkent zijn disfunctioneren en stelt dat het rapport daar ook geen oordeel over geeft, maar een profiel schetst van een tweede man. De werknemer legt zich neer bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, en verzoekt een hogere vergoeding dan de werkgever aanbiedt. De kantonrechter is van oordeel dat de precieze taken en verantwoordelijkheden binnen deze procedure niet kunnen worden vastgesteld. Het feit dat de statutaire bestuurders van zowel de dochter als de holding ook de aandeelhouders zijn, maakt de positie van de werknemer kwetsbaar. De verwevenheid van de verschillende vennootschappen maakt dat de statutaire bestuurders op z'n minst medeverantwoordelijk zijn voor de begrotingsoverschrijdingen. Ook de overige verwijten kunnen niet voldoende worden aangetoond. De conclusie en de aanbevelingen van het rapport lijken werknemer's stelling te bevestigen. Onder deze omstandigheden is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst eerder werkgever dan aan de werknemer toe te rekenen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 400.000,-- billijk (C=1,4725371).

Terug naar overzicht