Kantonrechter Gouda 01-06-1999, JAR 1999, 164 (Horbach)


CAO (uitleg).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 164.

Een werkgever houdt zich uitsluitend bezig met het in opdracht van derden machinaal aanbrengen van verven aan de aan die derden toebehorende roerende zaken. Volgens een aantal stichtingen ter uitvoering van de CAO voor het Schildersbedrijf, vallen de werkzaamheden van de werkgever onder deze CAO en dient de werkgever bij te dragen in de bedrijfspensioenregeling, het VUT-fonds enzovoort. Zij vorderen een verklaring voor recht dat de CAO van toepassing is. De werkgever stelt dat de CAO niet van toepassing is omdat er geen sprake is van een onderneming die zich én bezig houdt met het aanbrengen van verf of soortgelijke producten alsmede met het verrichten van werkzaamheden die daarmee samenhangen. De kantonrechter is van oordeel dat de CAO uitgelegd moet worden aan de hand van zijn eigen inhoud. Volgens de kantonrechter stelt de CAO voor zijn toepasbaarheid niet als cumulatieve voorwaarde dat zowel de verfwerkzaamheden als de daarmee samenhangende werkzaamheden worden verricht. Het woord "en" kan zowel in cumulatief als in nevenschikkend verband worden gebruikt. Cumulatieve uitleg zou bovendien onlogisch zijn, want dat zou betekenen dat één van de kernactiviteiten (schilderen) niet als onder de CAO vallende werkzaamheden zou worden beschouwd. De kantonrechter verklaart de CAO van toepassing en wijst de vordering toe.

Terug naar overzicht