Kantonrechter Gouda 27-02-2003 (Mulder), JAR 2003, 79


Boete. Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 79.

De werknemer is op 13 juni 1996 bij de werkgever in dienst getreden als programmeur. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding dat de werknemer verbood om tijdens de dienstbetrekking en twee jaar na afloop ervan aan dezelfde projecten en/of producten te werken bij of voor een directe concurrent of klant van de werkgever. Op niet naleving van dit beding was een boete gesteld van NLG 5.000,-- per dag. De werknemer is tijdens zijn dienstverband betrokken geweest bij de ontwikkeling van software ten behoeve van digitale settopboxen (satellietontvangers). Hij heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 7 juli 2000 en is in dienst getreden bij Zintec. Zintec is in april 2000 opgericht door een opdrachtgever van de werkgever, een belangrijke leverancier en een oud-werknemer. De werkgever heeft de werknemer geschreven dat hij Zintec als een directe concurrent beschouwt en dat hij de werknemer aan zijn concurrentiebeding zal houden. Ook bij Zintec heeft de werknemer zich beziggehouden met de ontwikkeling van settopboxen. De werkgever vordert thans betaling door de werknemer van een bedrag van NLG 2.500.000,-- wegens overtreding van het concurrentiebeding. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer bij Zintec aan eenzelfde product heeft gewerkt als bij de werkgever alsmede dat Zintec een belangrijke concurrent is van de werkgever. De werknemer heeft derhalve zijn concurrentiebeding geschonden. De kantonrechter verwerpt het beroep van de werknemer op nietigheid van het boetebeding omdat niet voldaan zou zijn aan de voorschriften van art. 7:650 en 7:651 BW. Op grond van de wetsgeschiedenis moet geoordeeld worden dat deze artikelen niet van toepassing zijn op de boete van art. 7:653 BW. De art. 7:650 en 7:651 BW zijn van arbeidstuchtrechtelijke aard en zien op een boete bij wege van straf en niet op een boete als sanctie op niet naleving van een concurrentiebeding. De werknemer is daarom de boete verschuldigd. Wel dient de duur van het concurrentiebeding alsnog tot één jaar beperkt te worden en is matiging van de boete tot een bedrag van € 225,-- per dag, zijnde € 82.215,-- in totaal billijk.

Terug naar overzicht