Kantonrechter Haarlem 12-12-2002 (Veenhof), JAR 2003, 58


Anciënniteitsbeginsel. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 58.

De werkgever verzoekt op bedrijfseconomische gronden ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 47 jaar oud, zeven jaar in dienst als applicatiebeheerder tegen een salaris van € 2.744,96 per maand exclusief emolumenten. De CWI heeft op 16 juli 2002 toestemming voor het ontslag verleend. De werkgever heeft deze toestemming echter niet kunnen gebruiken omdat de werknemer arbeidsongeschikt was op het moment van verlening van de toestemming. De werkgever verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding op basis van het sociaal plan. De werkgever heeft de werknemer met toepassing van bijlage B van het Ontslagbesluit voor ontslag in aanmerking gebracht. De werknemer stelt dat hij vanwege zijn arbeidsongeschiktheid niet voor projecten in aanmerking is gebracht en daarom op de ontslaglijst terecht is gekomen. De werkgever handelt zijns inziens in strijd met het anciënniteitsbeginsel. Voorts beroept de werknemer zich op het opzegverbod bij ziekte. De kantonrechter is van oordeel dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in art. 7:685 lid 1 BW. De bedrijfseconomische redenen rechtvaardigen toewijzing van het ontbindingsverzoek. Door de werknemer is, aldus de kantonrechter, onvoldoende gemotiveerd weersproken dat er thans geen projecten zijn waarvoor hij kan worden ingeschakeld en dat dit al geruime tijd het geval is. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de werknemer louter wegens zijn arbeidsongeschiktheid niet op projecten wordt ingeschakeld. Dat sprake zou zijn van schending van het anciënniteitsbeginsel is de kantonrechter niet gebleken. Dit geldt temeer nu ook in het sociaal plan met anciënniteit rekening is gehouden. Toepassing van het sociaal plan is in onderhavig geval billijk, gelet ook op het feit dat de werknemer één van de vele werknemers is die moet afvloeien en er onvoldoende redenen zijn om hem een hogere vergoeding toe te kennen dan andere werknemers.

Terug naar overzicht