Kantonrechter Heerlen 06-03-2002 (Nevelstein), JAR 2002, 91


Kennelijk onredelijk ontslag. Loon. Passende arbeid. Smartengeld. Ziekte (te late ziekmelding).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 91.

De werknemer - 52 jaar, tien jaar in dienst, salaris NLG 2.544,10 per maand - heeft zich op 10 december 1999 ziek gemeld. De werkgever heeft dit pas op 7 september 2000 bij de uitvoeringsinstelling gemeld. Op 15 november 2000 heeft het GAK aan de werknemer meegedeeld dat hij met terugwerkende kracht vanaf 7 januari 2000 een WAO-uitkering kreeg. Vanaf 1 maart 2001 is de werknemer hersteld verklaard. De werknemer heeft hiertegen een blanco bezwaarschrift ingediend. Bij brieven van 2 en 11 april 2001 heeft de werknemer zich beschikbaar gehouden voor zijn werkzaamheden. Per 26 maart 2001 is hij wel ergens anders gaan werken met toepassing van de Wet REA. Op 13 augustus 2001 heeft de arbeidsdeskundige van het GAK in het kader van een door de werkgever ingediende ontslagaanvraag laten weten dat er bij de werkgever geen passend werk voor de werknemer was. De RDA heeft daarop de ontslagvergunning verleend en de werkgever heeft het dienstverband opgezegd. De werkgever stelt thans dat hij het salaris over de periode van 7 januari 2000 tot en met 31 december 2000 onverschuldigd aan de werknemer heeft betaald, nu deze over deze periode een WAO-uitkering heeft ontvangen. De werknemer vordert in reconventie salaris vanaf 1 maart 2001 en een schadevergoeding uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter wijst de vordering van de werkgever, die ook overigens erkend wordt door de werknemer, toe. Met betrekking tot de vordering van de werknemer overweegt de rechter dat het enkele feit dat de werknemer elders is gaan werken, niet meebrengt dat hij geen aanspraak meer op tewerkstelling bij de werkgever kan maken. In onderhavig geval is er echter geen passend werk voorhanden, gelet op het oordeel van de uitvoeringsinstelling, welk oordeel door de werknemer onvoldoende gemotiveerd is bestreden. Het ontslag is naar het oordeel van de rechter wel kennelijk onredelijk. Voor dit oordeel is van belang dat de werkgever nog tijdens de eerste twee ziektejaren een ontslagvergunning heeft aangevraagd. Daardoor werd in een te vroeg stadium beoordeeld of er passend werk voor de werknemer was. Verder heeft de werkgever als ontslaggrond "een verstoorde arbeidsrelatie" opgegeven. Voor zover hiervan echter al sprake was, is deze aan de werkgever zelf te wijten. De werkgever heeft onder andere de ziekte van de werknemer te laat gemeld, heeft ten onrechte wachtdagen in mindering gebracht op het loon en heeft het de werknemer ten onrechte kwalijk genomen dat hij zich tot de FNV wendde. Gelet op deze omstandigheden en op de leeftijd van de werknemer en de lengte van het dienstverband en zijn nieuwe baan komt aan de werknemer…

Verder lezen
Terug naar overzicht