Kantonrechter Hilversum 09-07-1999 (Bienfait), RvdW KG 1999, 204


Bepaalde tijd. Vakantie.

Een radiomedewerker bij een omroepvereniging met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar en een salaris van NLG 5.823,25 bruto per maand, wordt voor het verstrijken van de duur van de arbeidsovereenkomst geschorst. De werkgever stelt vervolgens eenzijdig de vakantie van de werknemer vast en stelt de werknemer voor de resterende vier dagen op non-actief. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening tewerkstelling en doorbetaling van loon, stellende dat er sprake is van een niet van rechtswege eindigend dienstverband, nu hij daarvoor op basis van twee freelance-overeenkomsten heeft gewerkt, welke volgens de werknemer gelijk te stellen zijn met een arbeidsovereenkomst gezien de elementen, arbeid, gezagsverhouding, loon en zekere tijd. Bovendien mag volgens de CAO een freelance-overeenkomst slechts een keer worden verlengd. Hoewel het eenzijdig vaststellen van vakantie mogelijk is op grond van de CAO, is dit onrechtmatig omdat het nooit voorkomt. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer in feite eindredacteur was die zijn programma geheel zelfstandig samenstelde en dat gelet hierop een gezagsverhouding tijdens de freelance-overeenkomst twijfelachtig is. In deze procedure kan er dan ook niet van worden uitgegaan dat de freelance-overeenkomsten gelijk zijn te stellen met de latere arbeidsovereenkomst. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de arbeidsovereenkomst eindigde per 31 juli 1999. Bovendien blijkt niet uit de CAO dat een freelance-overeenkomst slechts één keer verlengd kan worden. Aangezien de werkgever gerechtigd was de vakantie vast te stellen en de werknemer wordt doorbetaald tot einde dienstverband, heeft de werknemer er thans geen belang bij voor vier dagen te worden tewerkgesteld. De kantonrechter wijst de vordering af.

Terug naar overzicht