Kantonrechter Lelystad 07-04-2004 (Manders), JAR 2004, 107, JOR 2004, 280


Ontbinding gewichtige redenen. RDA-/CWI-vergunning. Kennelijk onredelijk ontslag. Schadeloosstelling. Anciënniteitsbeginsel. Faillissement.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 107.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Lelystad 18-06-2003, JAR 2003, 174, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2003, blz. 21). De werknemer, 36 jaar oud, is op 1 oktober 1991 als medewerker papierontwikkeling in dienst getreden bij Capi Color BV tegen een salaris dat laatstelijk € 1.505,10 bruto per maand bedroeg exclusief vakantiegeld. Op 1 januari 1998 is Capi Color overgenomen door Fifo Vaklab BV. Per 1 februari 1998 is het dienstverband van de werknemer wegens bedrijfseconomische redenen beëindigd. Op 14 juli 1998 is de werknemer weer bij Fifo Vaklab in dienst getreden, na vanaf 4 juni 1998 als uitzendkracht voor het bedrijf gewerkt te hebben. Op 24 oktober 2001 is Fifo Vaklab in staat van faillissement verklaard. Op dezelfde dag is Fifo Color, gedaagde in onderhavige procedure, opgericht en op 26 oktober 2001 is de werknemer bij deze vennootschap in dienst getreden. Bij beschikking van 18 juni 2003 is het verzoek van Fifo Color tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen afgewezen omdat de kantonrechter de bedrijfseconomische gronden onvoldoende onderbouwd achtte en omdat, als rekening zou zijn gehouden met de door de werknemer voorafgaand aan het faillissement gewerkte jaren, hij op grond van het anciënniteitsbeginsel niet voor ontslag in aanmerking zou zijn gekomen. De werkgever heeft zich vervolgens tot de CWI gewend. Deze heeft wel een ontslagvergunning afgegeven, waarna de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 oktober 2003. De werknemer stelt dat het hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is, nu daarbij voor hem geen financiële voorziening is getroffen en het ontslag in strijd is met het anciënniteitsbeginsel. De kantonrechter is van mening dat, gezien alle omstandigheden, van de werkgever in redelijkheid verwacht had mogen worden dat hij voor de werknemer een financiële voorziening zou hebben getroffen. Dit is temeer het geval, nu de werknemer zich reeds vanaf oktober 1991 voor de werkgever en zijn rechtsvoorgangers heeft ingezet. Weliswaar is Fifo Color pas in oktober 2001 formeel de werkgever van de werknemer geworden, maar nu het daarbij ging om een doorstart na faillissement en de werknemer dezelfde werkzaamheden is blijven doen, kan aan de dienstjaren in de periode vóór het faillissement niet voorbij worden gegaan. Ditzelfde geldt voor de onderbreking vanwege bedrijfseconomische redenen in 1998. Aan de werknemer komt een vergoeding toe op basis van de kantonrechtersformule, waarbij rekening wordt gehouden met een dienstverband vanaf 1991. Het feit dat de werknemer in de periode van 10 april 2003 tot 1 augustus 2003 geen werk heeft verricht, terwijl hij wel salaris heeft ontvangen, is grond voor matiging van de vergoeding. De vergoeding wordt daarom…

Terug naar overzicht