Kantonrechter Lelystad 24-12-1999 (Van den Dungen), NJ 2000, 624


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Smartengeld. Onderwijs.

Een muziekschool verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een geschorste docent gitaar, bijna drie jaar in dienst, naar aanleiding van een klacht van ouders van twee jeugdige leerlingen over zijn pedagogisch functioneren. De kantonrechter overweegt dat de werkgever, ondanks dat de ouders hadden aangegeven te willen worden gehoord in aanwezigheid van de werknemer en de werknemer hier herhaaldelijk om heeft verzocht, daartoe geen gelegenheid heeft gegeven. De werkgever heeft daarentegen de procedure in gang gezet die geldt bij schorsing in geval van een vermoeden van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hoewel een onafhankelijke deskundige terugkeer van de werknemer niet onmogelijk achtte, heeft de werkgever besloten tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever de werknemer ten onrechte niet heeft gerehabiliteerd en zijn werkzaamheden heeft laten hervatten. De werkgever heeft de werknemer daarentegen in een bijzonder kwaad daglicht gesteld door diverse uitlatingen in een bericht aan de ouders van de leerlingen en aan de docenten. De kantonrechter stelt dat er sprake is van een door de werkgever gecreëerde situatie, die ertoe heeft geleid dat verder functioneren van de werknemer bij de werkgever onmogelijk is. Eén en ander is aanleiding de vergoeding vast te stellen op NLG 43.000,-- bruto, waarbij de kantonrechter ook rekening heeft gehouden met de tijd (drieëneenhalf jaar) dat de werknemer heeft deelgenomen aan de maatschap die docenten leverde aan de muziekschool. Ook is er aanleiding voor smartengeld van NLG 10.000,--, omdat de werknemer onnodig in zijn eer en goede naam is geschaad.

Terug naar overzicht