Kantonrechter Meppel 15-03-2001 (Van den Bosch), JAR 2001, 73


Afroepovereenkomst (voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; overgangsrecht Flexwet). Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 73.

Een werknemer werkte sinds 1 februari 1998 gedurende 1 avond/nacht per week voor de werkgever als barkeeper. Per 1 juni 1999 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werkgever heeft daarna geen salaris meer betaald. Volgens de werkgever was hij niet verplicht de werknemer voor werk op te roepen noch om zijn salaris door te betalen. De werknemer stelt dat de overeenkomst tussen partijen aangemerkt moet worden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en vordert betaling van zijn loon over het eerste ziektejaar. De kantonrechter overweegt dat ook indien er, zoals de werkgever stelt, een oproepovereenkomst tussen partijen gold, steeds als de werknemer aan een oproep gehoor gaf er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ontstond. Op grond van art. 7:668a lid 1 sub b BW geldt vanaf de dag dat tussen dezelfde partijen meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. Op grond van het bepaalde in art. XIX van het overgangsrecht is art. 7:668a BW van toepassing indien na 1 januari 1999, de inwerkingtreding van de Wet flexibiliteit en zekerheid, een volgende arbeidsovereenkomst wordt aangegaan. Aangezien de werknemer ook na 1 januari 1999 (vrijwel) wekelijks op zaterdag als barkeeper werkte, is er tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan en wel met ingang van de eerste avond waarop eiser na 1 januari 1999 weer is gaan werken. De uitzondering die art. 7:668 (oud) BW kende voor "losse, ongeregelde arbeid" is niet opgenomen in het nieuwe art. 7:668a BW. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven doorlopen, moet de werkgever aan de werknemer het loon gedurende diens ziekteperiode betalen

Terug naar overzicht