Kantonrechter Middelburg 06-09-1999, JAR 1999, 201 (Klarenbeek)


Gelijke behandeling. Vakantie. Zwangerschap. Onderwijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 201.

Een werkneemster, zes jaar werkzaam als stagedocent bij een opleidingscentrum, gedurende 27 uur per week, salaris NLG 3.722,95 bruto per maand, geniet vier maanden zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het verlof valt samen met de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie. De Commissie Gelijke Behandeling is van oordeel dat in dit geval door het ontbreken van een compensatieregeling direct onderscheid op grond van geslacht wordt gemaakt. De werkneemster verzoekt vervolgens de werkgever het vakantieverlof toe te voegen aan haar bevallingsverlof. De werkgever geeft geen gevolg aan het verzoek en in kort geding wijst de president de vordering af. Na het bevallingsverlof hervat de werkneemster haar werkzaamheden. Zij vordert toekenning van 13 vakantiedagen en subsidiair een vervangende schadevergoeding van NLG 2.225,21 bruto. De werkneemster stelt dat het verlies van vakantierechten tijdens zwangerschaps-, respectievelijk bevallingsverlof, leidt tot benadeling van vrouwen in de arbeidsvoorwaarden en dat de werkgever hierdoor in strijd handelt met art. 7:646 BW. De kantonrechter overweegt dat slechts met instemming van de werknemer niet-gewerkte dagen als bedoeld in art. 7:629b en 7:635 BW, waaronder die wegens zwangerschap en bevalling, kunnen worden aangemerkt als vakantie. Deze bepaling is van dwingend recht. De werkgever mag de dagen van de schoolvakantie die zijn gevallen in werkneemster's verlof dus niet aanmerken als vakantiedagen, omdat de werkneemster daarmee niet instemt. De werkgever heeft dat ook niet gedaan. De werkgever heeft gesteld dat bij samenval onderwijzend personeel geen vakantieverlof geniet. Het verbaast de kantonrechter dat er in de rechtspositieregeling RPBO geen compensatiebepaling staat voor samenval van verlof wegens ziekte, zwangerschap en bevalling, met vakantieverlof. Dat het belang van continuering van onderwijs niet toestaat dat er buiten de schoolvakanties vakantiedagen worden opgenomen, wil niet zeggen dat de werknemer daarom het risico van ziekte en afwezigheid wegens zwangerschap tijdens de schoolvakantie maar geheel alleen moet dragen. Voor het geval de werkgever aannemelijk kan maken dat ingevolge het RPBO bij samenval vakantieaanspraken verloren gaan, rijst de vraag of deze regeling derogeert aan art. 7:636 BW, die van dwingend recht is. Hierover zal de werkgever zich dienen uit te laten.

Terug naar overzicht