Kantonrechter Middelburg 21-07-2003 (Klarenbeek), JAR 2003, 204


Ontslag op staande voet. Sollicitatie. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 204.

De werknemer is op 1 oktober 2001 bij de werkgever in dienst getreden als depot-operator (havenarbeider). Zijn hoofdtaken zijn het laden en lossen van schepen en auto's, het verrichten van tankmetingen, het nemen van monsters, terreinonderhoud, technisch onderhoud installaties en algemeen onderhoud en overige operationele taken. Het laden en lossen is gemechaniseerd. Op 14 januari 2003 heeft de werknemer zich vertild aan een zwaar voorwerp en is hij arbeidsongeschikt geworden. Op 2 juni 2003 heeft hij zijn werkzaamheden hervat zonder enige beperking. Op 18 juni 2003 heeft de werkgever de werknemer op staande voet ontslagen op de grond dat hem recentelijk is gebleken dat de werknemer een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten, waarvoor hij gedeeltelijk is afgekeurd, en dat de werknemer hiervan ten onrechte geen melding heeft gemaakt tijdens het sollicitatiegesprek. De werknemer heeft doorbetaling van loon en tewerkstelling gevorderd. Hij stelt zijn rugklachten wel degelijk te hebben gemeld en voert bovendien aan dat deze hem niet beletten zijn huidige werk te doen. De kantonrechter stelt vast dat in dit kort geding niet kan worden vastgesteld of de werknemer nu wel of niet een kwaal heeft verzwegen die hij moest melden tijdens het sollicitatiegesprek. Naar het oordeel van de kantonrechter is het echter niet relevant of de werknemer heeft verzwegen dat hij een WAO-uitkering had. De WAO-uitkering is aan de werknemer toegekend wegens verlies aan verdiencapaciteit in zijn toenmalige beroep van stratenmaker. Niet gezegd is dat de werknemer daardoor bij aanvang van zijn dienstverband ook ongeschikt was voor zijn werk als depot-operator. De kantonrechter acht dit niet aannemelijk geworden. De werknemer heeft gesteld dat het laden en lossen gemechaniseerd is, en dat hij wel degelijk is staat is om fysiek belastend werk te verrichten. Verder staat vast dat hij gedurende vijftien maanden zijn functie tot volle tevredenheid van de werkgever heeft verricht en dat hij in die tijd zeer vele overuren heeft gemaakt. Het ontslag op staande voet is daarom ten onrechte gegeven en beide vorderingen van de werknemer, doorbetaling van loon en tewerkstelling, moeten worden toegewezen.

Terug naar overzicht