Kantonrechter Oud-Beijerland 01-03-2001 (Kemp), JAR 2001, 62


(On)gewenste intimiteiten (liefde op het werk). Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (C=0,5).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 62.

Tussen een werkneemster (35 jaar oud, 14 jaar in dienst, salaris NLG 2.728,-- bruto per maand) en een collega is een (geheime) relatie ontstaan, welke ongeveer anderhalf jaar geduurd heeft. Zowel de werkneemster als de collega waren getrouwd. Na anderhalf jaar heeft de werkneemster te kennen gegeven de relatie te willen beëindigen. Ongeveer tegelijkertijd is de relatie binnen de onderneming van de werkgever bekend geworden. De collega heeft aangegeven er grote moeite mee te hebben goed te functioneren bij de werkgever zolang de werkneemster daar ook werkt. Bij de werkgever werken slechts circa 13 werknemers. De werkgever wenst de collega in dienst te houden omdat deze als constructeur een positie bij hem heeft, welke voor haar van grote economische waarde is. Hij verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster, waarbij hij deze een bescheiden vergoeding (C=0,25) aanbiedt. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet onbegrijpelijk dat de werkgever de collega in dienst wil houden en aldus zijn economisch belang wil laten prevaleren. Evenmin is onbegrijpelijk dat de werkgever er geen vertrouwen in heeft dat er geen problemen zullen ontstaan wanneer de collega en de werkneemster in dienst blijven, gelet op de geringe omvang van het bedrijf. Het ontbindingsverzoek is daarom toewijsbaar. De werkgever valt niets te verwijten met betrekking tot de ontstane situatie. De werkneemster is evenmin iets te verwijten, doch het ligt wel in haar risicosfeer dat als gevolg van de situatie één van de twee werknemers, in casu zijzelf, zal moeten vertrekken. Aan de werkneemster komt echter een iets hogere vergoeding toe dan aangeboden, NLG 20.600,-- (C=0,5), omdat de werkgever geen enkele poging heeft ondernomen om te proberen beide personen in dienst te houden

Terug naar overzicht