Kantonrechter Roermond 15-10-2002 (Brouns), JAR 2002, 286


Loon. Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 286.

In de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer is bepaald dat onderdeel daarvan vormt de bij de overeenkomst behorende algemene arbeidsvoorwaardenregelingen en wijzigingen daarvan. Onderdeel hiervan is de zogeheten "karweiregeling", op grond van welke regeling een vergoeding kan worden verstrekt voor het verrichten van werk buiten de werkplaats of het werkterrein van de werkgever. Naar de letter genomen geeft de regeling in geval langer dan vier weken op karwei gewerkt wordt, recht op vergoeding, zij het dat in dat geval "in overleg met HRM zal worden beoordeeld of er aanleiding is tot een specifieke productgebonden regeling over te gaan". In de praktijk werd deze regeling soepel toegepast en kregen werknemers ook na vier weken een karweivergoeding. In de loop van 2001 is de werkgever zich evenwel, onder verwijzing naar zijn bedrijfseconomische situatie, op het standpunt gaan stellen dat er na vier weken op karwei geen recht meer bestaat op een verdere vergoeding. Partijen hebben vervolgens besloten om op de voet van art. 86 Rv (voorheen art. 43 Wet RO) de vraag aan de kantonrechter voor te leggen of de werkgever, in afwachting van de totstandkoming van een concernbrede nieuwe regeling, gerechtigd is om na vier weken karwei geen aparte vergoeding meer te verstrekken. De kantonrechter gaat eerst na of, gelet op het bepaalde in art. 7:613 BW, in onderhavige zaak een wijziging van arbeidsvoorwaarden aan de orde is. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter het geval, nu in de regeling staat dat er in beginsel ook na vier weken plaats is voor een karweivergoeding, zij het in overleg met HRM te bepalen, terwijl de werkgever thans geheel geen vergoeding meer wil uitkeren na vier weken. De volgende vraag is dan of de werkgever een zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter niet het geval, nu de werkgever alleen bedrijfseconomische redenen heeft aangevoerd voor de wijziging, maar er wel wordt gewerkt aan een concernbrede regeling, zodat er kennelijk wel ruimte blijft voor enige karweivergoeding. Eén en ander betekent niet dat de werknemer na vier weken steeds recht heeft op een karweivergoeding. In de regeling staat immers dat dit alleen het geval is in overleg met HRM. Het feit dat hierbij steeds een soepele gedragslijn is gevolgd, brengt niet mee dat deze niet veranderd kan worden. De werkgever is gerechtigd om de eigenlijke regeling strikter te gaan handhaven, zeker indien hij daarbij een op gewenning gerichte overgangstermijn in acht neemt.

Verder lezen
Terug naar overzicht