Kantonrechter Rotterdam 07-05-2002 (Kuip), JAR 2002, 182


Gratificatie. Onkostenvergoeding. Studiekosten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 182.

Tussen partijen is een arbeidsconflict ontstaan met als gevolg dat de werkneemster zich op 25 oktober 2001 ziek heeft gemeld. In de periode daarna heeft de werkgever haar een drietal brieven gestuurd waarin hij erop heeft aangedrongen dat de werkneemster ander werk zou zoeken. De werkneemster heeft dit verzoek eerst van de hand gewezen, maar heeft uiteindelijk op 31 december 2001 per diezelfde dag ontslag genomen. De werkneemster vordert thans dat de werkgever een correcte eindafrekening opstelt. De werkgever heeft geen 13e maand uitbetaald en heeft een bedrag ingehouden als vergoeding voor door de werkneemster gevolgde cursussen. De werkgever stelt dat in de arbeidsvoorwaardenregeling is bepaald dat geen 13e maand wordt betaald in geval van een ontslag op staande voet. Daarmee zou de bepaling hem de ruimte bieden om bij slecht functioneren, zoals van de werkneemster, geen 13e maand uit te betalen. Met betrekking tot de studiekostenregeling voert de werkgever aan dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is geschied op initiatief van de werkneemster, zodat zij gehouden is de studiekosten terug te betalen. De kantonrechter overweegt dat in de arbeidsvoorwaardenregeling de betaling van een 13e maand niet afhankelijk is gesteld van het functioneren van de werknemer. Ook overigens blijkt niet van een recht van de werkgever om, indien hij hiertoe termen aanwezig acht, een werkneemster die het gehele jaar in dienst is geweest een 13e maand te ontzeggen. De 13e maand is derhalve verschuldigd. Ten aanzien van de studiekosten stelt de kantonrechter vast dat het initiatief tot de beëindiging van de werkgever is uit gegaan. Deze is begonnen met de werkneemster aan te manen dat zij ander werk moest zoeken. De werkneemster heeft uiteindelijk die werkkring elders aanvaard en heeft haar ontslag ingediend waarmee de werkgever heeft ingestemd. Het einde van de arbeidsovereenkomst is daarmee in onderling overleg tot stand gekomen, terwijl als initiatiefnemer tot de beëindiging, als deze al is aan te wijzen, eerder de werkgever dan de werkneemster in aanmerking komt. De werkgever kan daarom het bedrag aan studiekosten niet van de werkneemster terugvorderen.

Terug naar overzicht