Kantonrechter Rotterdam 08-04-2003 (Kuip), JAR 2004, 20


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever. Ontbinding gewichtige redenen.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 20.

De werkneemster, 42 jaar oud, in dienst sinds juni 1984, laatstelijk als Senior Vermogensbeheerder/Teamleider van de afdeling Charity Management, laat in augustus 2000 de werkgever weten dat zij een andere functie ambieert. De werkgever geeft aan hieraan te willen meewerken, maar door omstandigheden loopt het zoeken naar een opvolger en daarmee de invulling van de andere functie vertraging op. In juni 2002 maakt de werkgever, zonder dat hierover overleg met de werkneemster heeft plaatsgevonden, bekend dat H. wordt benoemd tot Teamleider van de afdeling Charity Management. De voor de werkneemster te creëren functie maakt deel uit van het team. Formeel zou zij dus onder de leiding van H. komen te vallen. De werkneemster maakt hiertegen bezwaar. Aansluitend overleg en gesprekken leiden niet tot een oplossing. De werkneemster meldt zich ziek wegens spanningsklachten. De kantonrechter ontbindt op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2003 onder toekenning van een vergoeding van € 68.000,– bruto aan de werkneemster. De werkneemster vordert thans op grond van art. 7:658 BW vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden doordat zij ziek is geworden door de fysieke arbeidsomstandigheden bij de werkgever, de werkdruk, en de gang van zaken rondom de benoeming van H. De kantonrechter wijst de vordering af. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkneemster niet aannemelijk gemaakt dat zij ziek is geworden door de fysieke arbeidsomstandigheden bij de werkgever. Evenmin acht de kantonrechter aangetoond dat de hoge werkdruk de oorzaak is van de ziekte. De werkgever heeft, toen de werkneemster aangaf haar functie niet meer te willen vervullen, voor haar een personal coach aangesteld, zich ingespannen om een opvolgster voor de werkneemster te vinden, haar een flexibele tijdsindeling geboden, haar toestemming gegeven bij bepaalde vergaderingen weg te blijven en een tijdelijke Teamleider gezocht. Verder heeft de werkneemster niet kenbaar gemaakt dat zij bijna was opgebrand, maar alleen dat zij minder hard wilde gaan werken en daarom iets anders wilde gaan doen. Gezien de hoge functie van de werkneemster had zij er ook zelf op moeten toezien dat zij niet teveel met werk werd overladen en had zij eventuele overbelastingsproblemen moeten aankaarten. De benoeming van H. acht de kantonrechter weliswaar onzorgvuldig, omdat niet met de werkneemster is overlegd, maar de kantonrechter acht niet aangetoond dat er een causale relatie is tussen deze benoeming en de ziekte van de werkneemster. Art. 7:658 BW is in deze ook niet van toepassing, aldus de kantonrechter. Het subsidiaire beroep op art. 7:611 BW heeft de werkneemster ter comparitie ingetrokken. Dit…

Terug naar overzicht