Kantonrechter Rotterdam 24-04-2003 (Van der Grinten), JAR 2003, 122


Bepaalde tijd. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 122.

De werkneemster is van 15 februari 2001 tot en met 15 mei 2001 bij Randstad Uitzendbureau in dienst geweest teneinde door deze te worden uitgeleend aan de werkgever in de functie van administratief medewerkster op de onderhoudsadministratie. Na afloop van deze termijn kwam bij de werkgever de vacature van medewerker grootboek vrij. De werkgever vond de werkneemster voor deze – lagere – functie geschikter dan voor de functie van medewerker onderhoud. De werkneemster heeft naar de functie van medewerker grootboek gesolliciteerd. In afwachting daarvan heeft de werkgever haar tijdelijk de werkzaamheden die zij reeds vervulde, laten voortzetten. De werkneemster heeft daarvoor met Randstad een tweede tijdelijke arbeidsovereenkomst afgesloten, van 16 mei 2001 tot en met 15 juni 2001. Van 16 juni 2001 tot 16 juni 2002 heeft de werkneemster bij de werkgever gewerkt als medewerker grootboek. In mei 2002 heeft de werkgever aan de werkneemster laten weten dat deze overeenkomst zou worden verlengd tot 31 december 2002. Sinds augustus 2002 is de werkneemster ziek. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd per 31 december 2002. De werkneemster stelt dat sprake is van een voortgezette arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat de functie van medewerker onderhoudsadministratie, welke functie de werkneemster via Randstad vervulde, zodanig verschilt van die van medewerker grootboek dat niet kan worden gezegd dat Randstad en de werkgever ten aanzien van de arbeid elkaars opvolger zijn. Uit de functieomschrijvingen volgt dat aan een medewerker onderhoud zwaardere en specifiekere eisen worden gesteld en dat deze medewerker zwaardere verantwoordelijkheden draagt dan de medewerker grootboek. De eerste functie is ook ingeschaald in salarisschaal 8 en de tweede in schaal 6. Dat de werkneemster ook via Randstad voornamelijk betrekkelijk eenvoudige werkzaamheden verrichtte, vergelijkbaar met die van een medewerker grootboek, laat zich verklaren door het feit dat de werkneemster te weinig ervaring had met de meer specialistische kanten van de functie van medewerker onderhoud om deze volledig te kunnen verrichten. Dat betekent echter niet dat die specialistische kanten niet tot de functie behoorden. Aan het niet gelijk zijn van de functies doet niet af dat werknemers onderling taken van elkaar overnamen en dat aan de werkneemster steeds het hogere salaris van medewerker onderhoud is betaald. De werkgever heeft onweersproken gesteld dat hij dit hogere salaris is blijven betalen omdat de werkneemster dit voorheen ook al genoot. Een en ander betekent dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd op 31 december 2002.

Terug naar overzicht