Kantonrechter 's-Gravenhage 01-12-1998, JAR 1999, 6 (Ter Kuile), Prg. 1999, 5158


Bepaalde tijd. Proeftijd. Zwangerschap. Gelijke behandeling. Goed werkgeverschap. Keuze nietigheid/schadeplichtigheid. Smartengeld.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 6.

Een beeldresearcher met een dienstverband van een jaar, waarna bij gebleken geschiktheid een contract voor onbepaalde tijd zou volgen, wordt in de proeftijd ontslagen wegens zwangerschap. De werkneemster meldt zich ziek en roept de nietigheid van het ontslag in. Later trekt de werkneemster de nietigheid in en vordert een verklaring voor recht dat beëindiging van het dienstverband in strijd is met het goed werkgeverschap c.q. met gelijke behandeling. Zij vordert doorbetaling van loon, een schadevergoeding wegens misgelopen inkomsten vanwege het niet verlengen van het contract en smartengeld. De kantonrechter overweegt dat nu de werkgever niet heeft weersproken dat de zwangerschap de reden was voor het ontslag, de werkgever schadeplichtig is wegens handelen in strijd met het discriminatieverbod c.q. goed werkgeverschap. Dat de werkneemster eerst de nietigheid heeft ingeroepen doet daar niet aan af omdat zij daarmee niet haar recht om schadevergoeding te vorderen heeft prijsgegeven. Nu de werkgever inmiddels het ontslag had ingetrokken dient hij derhalve het salaris verminderd met de ziektewetuitkering door te betalen evenals een vergoeding van de schade als gevolg van het niet continueren van het dienstverband. Deze schade wordt door de kantonrechter naar billijkheid vastgesteld op NLG 10.000,-- netto. Smartengeld wordt niet toegewezen nu daarvoor te weinig is gesteld.

Terug naar overzicht