Kantonrechter 's-Gravenhage 25-11-1998, Prg. 1999, 5107 (Lippmann)


Ontbinding (Voorwaardelijke) gewichtige redenen. Ontslag op staande voet (diefstal).

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst (voor zover vereist) van een 57-jarige timmerman, zes jaar in dienst, salaris NLG 4.183,63 bruto per maand. De werknemer zou zonder toestemming eigendommen van de werkgever, onder andere tegels en gereedschappen hebben meegenomen. De werknemer stelt vergeten te zijn te melden dat hij tegels had meegenomen. Hij was in de veronderstelling dat het geen probleem was omdat wel vaker in goed overleg met de werkgever bepaalde materialen voor privé gebruik mochten worden meegenomen. Bovendien is een collega, die verdacht werd van ontvreemding van NLG 5.000,-- à NLG 7.000,-- ook niet ontslagen. Mocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden, dan vraagt de werknemer een vergoeding van NLG 95.000,--. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemer zonder toestemming gereedschappen heeft meegenomen. Aan een dergelijk bewijs dienen strenge eisen te worden gesteld. De overgelegde schriftelijke verklaringen en het proces-verbaal kunnen niet tot bewijs leiden. Getuigen moeten onder ede worden gehoord in een door de werknemer aan te spannen procedure tot vernietiging van het ontslag op staande voet en vordering doorbetaling loon. Onder deze omstandigheden zou ontbinding van de arbeidsovereenkomst teveel vooruitlopen op een aan te spannen bodemprocedure. De kantonrechter wijst het verzoek af.

Verder lezen
Terug naar overzicht