Kantonrechter 's-Hertogenbosch 03-03-1999, JAR 1999, 68 (Povel), Prg. 1999, 5143


Ontslag op staande voet. Ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Ziekte (geen reïntegratieplan overgelegd). Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 68.

Een 26-jarige werkneemster, 9 jaar in dienst, salaris NLG 1.954,50 bruto wordt op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid na hersteldverklaring. De werkneemster acht het ontslag op staande voet nietig en de werkgever verzoekt voor het geval dit zo is ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkneemster meent dat zij arbeidsongeschikt is en stelt dat de werkgever niet ontvankelijk is wegens het niet overleggen van een reïntegratieplan. Omdat de werkneemster van mening is dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden voortgezet, verzoekt ook zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding. De kantonrechter overweegt dat de werkneemster vanaf het ontslag op staande voet tot op heden arbeidsgeschikt was, zij het voor passende werkzaamheden. Van arbeidsongeschiktheid in de zin van art. 71a WAO, op grond waarvan een reïntegratieplan verplicht is, is dus geen sprake. De werkgever is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek. De kantonrechter overweegt met betrekking tot het ontslag op staande voet, dat hoewel begrijpelijk is dat de werkgever zich ergerde aan de vele ziekmeldingen, hij weinig inschikkelijk is geweest door geen begrip te tonen voor het vervoersprobleem van de werkneemster. Er is dan ook geen sprake van een dringende reden. Omdat de arbeidsverhouding is verstoord, moet deze worden ontbonden. Gezien het uitzendwerk dat de werkneemster inmiddels heeft gevonden en dat minder betaalt, is een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule waarbij C=1/3, passend. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 6.000,-- bruto.

Terug naar overzicht