Kantonrechter 's-Hertogenbosch 24-07-2003 (Lührman), JAR 2003, 251


Competentie. Loon. Passende arbeid. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 251.

De werkneemster stelt dat de werkgever bij de eindafrekening ten onrechte 64 verlofuren heeft verrekend. Zij vordert betaling hiervan. De werkgever voert aan dat hij het loon gedeeltelijk heeft ingehouden omdat de werkneemster gedurende de periode van 29 januari 2002 tot en met 8 februari 2002 heeft geweigerd haar aangeboden, naar het oordeel van de werkgever passend, werk te verrichten. De werkneemster was toen tijdelijk arbeidsgeschikt. Partijen hebben hun geschil op grond van de CAO Grafimedia voorgelegd aan de Commissie Grafimedia. Deze heeft de werkgever in het gelijk gesteld, doch op het beroep van de werkneemster bij de Centrale Commissie Grafimedia heeft deze geoordeeld dat er tussen de oorspronkelijke werkzaamheden van de werkneemster en de aangeboden werkzaamheden een zodanig groot verschil in functieniveau en inhoud bestond, dat van de werkneemster in redelijkheid niet gevergd kon worden dat zij die werkzaamheden ging verrichtten. De werkgever stelt thans voor de kantonrechter dat dit advies qua inhoud onjuist is en daarom niet ten uitvoer gelegd mag worden. De kantonrechter constateert dat sprake is van een bindend advies dat, op grond van art. 7:904 BW, slechts vernietigbaar is als gebondenheid daaraan van één der partijen in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming van het advies in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever geen bezwaren heeft tegen de wijze van totstandkoming van het advies, maar alleen tegen de inhoud ervan. Deze inhoud is naar het oordeel van de kantonrechter echter niet zodanig onjuist dat vernietiging van het bindend advies aangewezen is. De Centrale Commissie heeft zich duidelijk uitgesproken over de aard van het aangeboden werk. Daartegenover staat slechts de mening van de werkgever dat het aangeboden werk wel passend was. Dit is onvoldoende voor de conclusie dat het bindend advies niet in stand zou kunnen blijven.

Terug naar overzicht