Kantonrechter Sittard 03-12-2001 (Becker), Prg. 2002, 5837, JAR 2002, 105


Dringende reden (geen). Ontbinding gewichtige redenen (op termijn van drie maanden). Ontslag op staande voet. Schadeloosstelling (geen; voorwaardelijke). Smartengeld (geen).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 105.

(Zie ook Kantonrechter Sittard 21-12-2001, JAR 2002, 28). Een werknemer (drie jaar in dienst als procesoperator, salaris NLG 5.244,-- bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen als na een algemene controle naar het internetgebruik is geconstateerd dat hij pornosites heeft bezocht en opgeslagen. De werknemer heeft in een gesprek met de bedrijfsrecherche zijn oneigenlijk gebruik van de PC tijdens werktijd bevestigd. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer 106 pornobestanden heeft opgeslagen die hij regelmatig "raadpleegde". Bovendien heeft de werknemer gegevens met betrekking tot zijn privé-uitzendbureautje opgeslagen. Volgens de kantonrechter behoort een werknemer te weten dat hij goederen van zijn werkgever niet voor zichzelf mag gebruiken en zeker niet tijdens werktijd. De werknemer heeft niet aannemelijk gemaakt waarom hij niet op de hoogte kon zijn van de voorschriften van de werkgever inzake het gebruik van de binnen de onderneming aanwezige communicatiemiddelen. Bovendien heeft de werkgever in het bedrijfsblad een aanvullende richtlijn over dit gebruik gepubliceerd. Met betrekking tot de aan de ontbinding ten grondslag liggende dringende reden overweegt de kantonrechter dat gezien het ontbreken van een duidelijke waarschuwing van ontslag op staande voet bij misbruik van bedrijfsapparatuur, het niet vaststaat dat de werkgever in een bodemprocedure in het gelijk wordt gesteld. Het verzoek op grond van dringende reden dient dan ook te worden afgewezen. Gezien de verstoorde arbeidsrelatie dient de arbeidsovereenkomst echter op grond van veranderde omstandigheden te worden ontbonden. Met betrekking tot de verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer overweegt de kantonrechter dat de werknemer behoorde te weten dat hij bedrijfsapparatuur niet voor privé-doeleinden mocht gebruiken en zeker niet voor het opslaan en het "raadplegen" van uiterst onsmakelijke porno. Met betrekking tot de gevraagde vergoeding (gebaseerd op C=3) overweegt de kantonrechter dat het verwijt aan de werkgever inzake het ontbreken van een waarschuwing in het niet valt bij de verwijten die de werknemer gemaakt kunnen worden. Ook is er geen sprake van willekeur, van schending van het gelijkheidsbeginsel of van disproportionaliteit. De kantonrechter ziet dan ook in beginsel geen reden voor een vergoeding doch zal gezien het aantal dienstjaren en de leeftijd van de werknemer, die overigens naar behoren heeft gefunctioneerd, de arbeidsovereenkomst ontbinden op een termijn van drie maanden. Voor smartengeld is geen grond omdat van de aantasting van de eer en goede naam van de werknemer de werkgever geen verwijt valt te maken.

Terug naar overzicht