Kantonrechter Terneuzen 12-12-2001 (Kool), JAR 2002, 29


CAO (grammaticale uitleg). Sociaal Plan.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 29.

De werknemer is bij de werkgever in dienst geweest tot hij met de VUT ging. Op 1 augustus 1999 heeft de werkgever zijn activiteiten gestaakt. In mei 1999 had hij een Sociaal Plan in de vorm van een CAO gesloten met FNV, CNV en VHP. Dit Sociaal Plan liep tot en met 31 december 2000. Art. 10 lid 2 van het Sociaal Plan houdt in dat de premies voor de ziektekostenverzekering tot en met 31 december 2000 voor rekening van de werkgever komen. De werkgever heeft onder verwijzing naar deze bepaling vanaf 1 januari 2001 geen premies meer betaald. De werknemer vordert dat hij dit alsnog doet. De werkgever vordert in reconventie wijziging van de overeenkomst met de werknemer over de ziektekostenverzekering wegens onvoorziene omstandigheden, zijnde het feit dat na het sluiten van de overeenkomst de aandeelhouders hebben moeten besluiten tot sluiting van de fabriek van de werkgever met vereffening tot gevolg. De kantonrechter stelt, evenals in een eerdere uitspraak (Kantonrechter Terneuzen 22-08-2001, JAR 2001, 193, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 110) vast dat het Sociaal Plan een CAO is. De partijen hebben het Plan als CAO aangeduid en het is ook aangemeld conform art. 4 lid 3 Wet op de loonvorming. Ingevolge art. 9 lid 1 Wet op de CAO zijn door een CAO allen gebonden die bij de CAO zijn betrokken en op het tijdstip waarop de CAO is aangegaan lid zijn van een vereniging die partij is bij de CAO. De werknemer was lid van de vakbond en is aldus gebonden aan het Sociaal Plan. De kantonrechter past vervolgens een grammaticale uitleg toe op het Sociaal Plan, aangezien dit een CAO is. Dit betekent, aldus de kantonrechter dat, nu in het Sociaal Plan is bepaald dat de premies tot eind 2000 moeten worden betaald, niet kan worden gezegd dat zij vanaf 2001 niet meer verschuldigd zijn. De kantonrechter verwerpt het beroep op onvoorziene omstandigheden. De werknemer mag erop vertrouwen, gelet ook op zijn lange dienstverband en op het feit dat hij, nu hij de VUT-leeftijd heeft bereikt geen ander werk meer kan zoeken, dat hij een vergoeding ontvangt voor zijn ziektekostenpremie, temeer nu dit een aanzienlijk bedrag is vergeleken met zijn VUT-uitkering. De sluiting en liquidatie van de fabriek is een ondernemersrisico dat niet kan worden afgewenteld op voormalig werknemers. Voorstelbaar is wel dat de werkgever op enig moment een afkoopsom aan werknemer betaalt ter zake van zijn toekomstige ziektekostenpremies.

Terug naar overzicht