Kantonrechter Tilburg 01-05-2002 (Poeth), Prg. 2002, 5908


Anciënniteitsbeginsel. Ontbinding gewichtige redenen. Ontslagbescherming OR-lid.

Een werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 46-jarige kok, 22 jaar in dienst op basis van 26,6 uur per week, salaris € 1.439,55 bruto per maand, wegens verval van functie. De werkneemster heeft het aanbod van een gecombineerde functie van kookbegeleidster/receptioniste afgewezen en ook het aanbod van een functie van 14 uur, met gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een vergoeding van € 14.795,75 bruto. De kantonrechter is van oordeel dat de ontbinding geen verband houdt met het OR-lidmaatschap. Het gaat hier om de vraag of de werkgever zich als een goed werkgever heeft gedragen door naar passende arbeid te zoeken en of de werkneemster zich flexibel heeft opgesteld. De kantonrechter stelt vast dat in roostermatig opzicht redelijke invulling van de aan de werkneemster aangeboden gecombineerde functie niet mogelijk is gebleken en dat de werkgever er niet in is geslaagd een passende functie aan te bieden. Andere alternatieve functies zijn niet beschikbaar. Onder die omstandigheden heeft de werkgever terecht het voorstel van een algehele ontbinding onder aanbieding van een 14-urige functie gedaan. Hoewel de inroostering op vijf werkdagen niet gunstig is, mag van de werkneemster een zekere flexibiliteit verwacht worden, te meer daar de werkgever heeft toegezegd de werkneemster met voorrang te behandelen bij een vacature voor een functie voor kookbegeleidster. De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster alsnog de gelegenheid moet worden geboden over dit aanbod na te denken en afhankelijk van de uitkomst zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden, met een vergoeding van € 18.670,33 bruto. Bij een gehele ontbinding dient het verlies van 14 arbeidsuren voor rekening van de werkneemster te komen. De kantonrechter geeft de werkneemster een termijn van 14 dagen en aansluitend de werkgever een termijn van tien dagen om zich over de hoogte van de vergoeding uit te laten. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

Terug naar overzicht