Kantonrechter Tilburg 17-07-2000 (Poeth), JAR 2000, 186


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Bepaalde tijd. Schadeloosstelling (te betalen aan werkgever). Concurrentie(beding).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 186.

Een prof-schaatser, 25 jaar oud, in dienst op een contract voor bepaalde tijd van drie jaar tegen een salaris van NLG 270.000,-- bruto per jaar vraagt na een jaar tussentijdse ontbinding van de arbeidsovereenkomst, alsmede tegelijkertijd bij voorlopige voorziening schorsing van het concurrentiebeding. De beide procedures worden, met instemming van de partijen, tegelijkertijd behandeld. De werknemer kan zich financieel verbeteren door naar een andere schaatsploeg over te stappen, maar dat voordeel is door een verbeterd bod van de werkgever niet substantieel. Wel is er sprake van dat de noodzakelijke "chemie" tussen de schaatser en zijn coach niet langer aanwezig is (mede als gevolg van het feit dat er achter de rug van de schaatser om over zijn positie werd onderhandeld). Met de werkgever is de kantonrechter van oordeel dat herstel van de vertrouwensbreuk wel mogelijk geweest had moeten zijn, maar de werknemer door met de nieuwe werkgever te gaan onderhandelen een definitieve breuk heeft geforceerd. Ook al moet een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel worden uitgediend en slechts bijzondere omstandigheden tussentijdse ontbindingen rechtvaardigen is gezien de ontstane situatie (met inbegrip van alle publiciteit) reden voor ontbinding. Het vertrek van werknemer betekent een aderlating voor de werkgever en dat is mede reden voor de kantonrechter om een vergoeding van NLG 325.000,-- bruto ten laste van de werknemer aan de werkgever toe te kennen, op voorwaarde dat het concurrentiebeding (dat bij voorlopige voorziening door de kantonrechter was geschorst) definitief vervalt.

Terug naar overzicht