Kantonrechter Utrecht 01-08-2001 (Van Unen), JAR 2001, 183


Opzegtermijn. Gefixeerde schadevergoeding (= loon verminderd met uitkering).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 183.

De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd, maar heeft daarbij een te korte opzegtermijn in acht genomen. De werknemer vordert thans de gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van het loon over de opzegtermijn. De werkgever stelt dit bedrag niet verschuldigd te zijn omdat de werknemer over de opzegtermijn een vervangende uitkering heeft ontvangen welke net zo hoog was als zijn salaris geweest zou zijn. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever het gelijk aan zijn zijde heeft. De wetgever heeft ervoor gekozen de gefixeerde schadevergoeding vast te stellen op basis van "het in geld vastgesteld loon". Dat betekent dat bij de vaststelling van de gefixeerde schadevergoeding de BW-bepalingen met betrekking tot loon van toepassing zijn, waaronder art. 7:628 lid 2 BW. Dit artikel bepaalt dat het loon - en derhalve ook de gefixeerde schadevergoeding - wordt verminderd met het bedrag van enige aan de werknemer toekomende geldelijke uitkering krachtens enige wettelijke verzekering. Hieronder vallen onder meer de WW- en WAO-uitkeringen die de werknemer heeft ontvangen over de opzegtermijn. Nu het loon over de opzegtermijn niet hoger was dan deze uitkeringen heeft de werknemer geen recht meer op een bedrag aan gefixeerde schadevergoeding

Terug naar overzicht