Kantonrechter Utrecht 14-02-2001 (Pinckaers), JAR 2001, 51


Deeltijdarbeid. Gelijke behandeling. CAO. Arbeidstijd.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 51.

Een werkneemster komt op tegen het feit dat zij als werknemer met een dienstverband van 32 uren niet in aanmerking komt voor de regeling van arbeidsduurverkorting voor 55-plussers op grond van de CAO Thuiszorg. Deze regeling geldt alleen bij een fulltime dienstverband. Reeds sinds 1996 verzoekt zij met regelmaat om in aanmerking te komen voor de regeling. Het verzoek werd afgewezen. In 1999 oordeelt de Commissie Gelijke Behandeling dat in de CAO Thuiszorg een ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt naar arbeidsduur. Inmiddels is de CAO Thuiszorg aangepast en vordert de werkneemster een schadevergoeding voor de gemiste vrije uren van in totaal NLG 4.714,28 bruto, aangezien de werkgever haar van 1996 tot 1999 van de mogelijkheid van arbeidsduurverkorting heeft onthouden. De werkgever voert als verweer dat hij gehouden was de oude CAO toe te passen en hiervan niet mocht afwijken. Bovendien mocht hij vertrouwen op de CAO en hier zijn financiële verplichtingen op afstemmen. De kantonrechter oordeelt echter dat art. 7:648 BW sinds 1 november 1996 in de wet is opgenomen en dwingendrechtelijk van aard is die geen afwijking bij CAO toestaat. Het feit dat de werkgever zijn financiële beleid niet heeft kunnen afstemmen is een omstandigheid die hij niet aan de werkneemster kan tegenwerpen en geheel voor zijn eigen risico dient te komen. De werkgever had het verzoek van de werkneemster moeten toestaan. Het bedrag van NLG 4.714,28 is toewijsbaar

Terug naar overzicht