Kantonrechter Utrecht 14-12-2001 (De Jonge), JAR 2002, 8


Goed werkgeverschap. Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 8.

Een werknemer is sinds 1 april 1993 in dienst van de werkgever, laatstelijk als commercieel directeur tegen een salaris van NLG 13.145,42 per maand. Met ingang van 6 maart 2001 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werkgever heeft gedurende de eerste twee maanden van ziekte het salaris van de werknemer volledig doorbetaald, gedurende de daaropvolgende vier maanden 70% van het salaris, en daarna 70% van het maximumdagloon. De werknemer vordert doorbetaling van zijn volledige salaris voor de duur van een jaar. Daarbij stelt hij dat de werkgever dit ook in overige gevallen doet. De werkgever verwijst naar de arbeidsovereenkomst waarin is bepaald dat gedurende twee maanden het volledige salaris zal worden doorbetaald. Nu voor het overige niets is bepaald, is hij, zo stelt de werkgever, gerechtigd om na deze twee maanden het salaris terug te brengen tot 70% van het maximumdagloon zoals in art. 7:629 BW is bepaald. De kantonrechter stelt vast dat gedurende de eerste twee ziektemaanden het salaris van de werknemer volledig is doorbetaald op grond van de arbeidsovereenkomst. Tevens staat vast dat er voor de periode na die twee maanden niets is overeengekomen. De werknemer heeft niet aannemelijk kunnen maken dat er binnen het bedrijf het gebruik is dat gedurende het eerste ziektejaar 100% wordt doorbetaald. Verder is niet aannemelijk geworden dat de werkgever bewust de werknemer in een financieel slechtere positie wil brengen teneinde hem ertoe te bewegen zijn aandelen in zijn onderneming aan hem terug te verkopen. Hoewel een salaristerugval van ongeveer NLG 13.000,-- bruto per maand naar thans NLG 5.000,-- erg groot is, ziet de kantonrechter geen aanleiding aan te nemen dat de werkgever aanstuurt op het niet reïntegreren van de werknemer en dat er derhalve sprake zou zijn van slecht werkgeversgedrag.

Terug naar overzicht