Kantonrechter Utrecht 17-07-2002 (Van Unen), JAR 2003, 31


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 31.

De werknemer is van 3 september 1995 tot en met 31 augustus 1998 bij uitzendbureau Content in dienst geweest. Content heeft hem bij verschillende opdrachtgevers gedetacheerd, waaronder bij Davilex in de periode van 16 juni 1997 tot en met 3 oktober 1997. Bij Davilex werkte de werknemer als muziekredacteur, hetgeen voor een belangrijk deel beeldschermwerk was. Op 6 oktober 1997 heeft de werknemer zich ziek gemeld wegens pijnklachten aan beide armen. Een jaar later is aan hem een volledige WAO-uitkering toegekend. De werknemer stelt dat hij RSI heeft opgelopen door de werkzaamheden bij Davilex en stelt hiervoor Davilex en Content hoofdelijk aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de werknemer heeft geleden en/of nog lijdt aan RSI. Dit blijkt niet uit de door de werknemer overgelegde medische status van de Arbo-arts. Evenmin blijkt het uit de verklaring van de fysiotherapeut die kennelijk slechts de klachten van de werknemer op schrift heeft gesteld, maar daaraan geen zelfstandige diagnose heeft verbonden. Het blijkt evenmin uit de overzichten van de behandeling door zijn huisarts noch uit het ontslagrapport van revalidatiecentrum De Hoogstraat, waarin de diagnose RSI slechts "waarschijnlijk" wordt genoemd en waarin verder staat dat de klachten duidelijk zijn afgenomen. Tenslotte blijkt het niet uit de beslissingen van het GAK, waarin slechts een arbeidsongeschiktheidspercentage en een daaraan gekoppelde uitkering wordt vastgesteld, maar waarin geen uitspraak wordt gedaan over de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. De werknemer moet dus eerst bewijs leveren van de aard, de omvang en het chronologische verloop van zijn ziekte. Als hierover voldoende is komen vast te staan, zal hij moeten aantonen dat zijn ziekte is ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden voor Davilex. Deze bewijslast leent zich voor omkering in die zin dat de werkgevers moeten bewijzen hun zorgplicht te zijn nagekomen, maar de kantonrechter acht voor een dergelijke omkering geen grond aanwezig omdat de werknemer van het causaal verband tussen zijn ziekte en het werk geen begin van bewijs heeft geleverd. Integendeel, uit de medische rapportages blijkt dat sprake is van diverse psychosomatische klachten die ook de oorzaak van de ziekte van de werknemer kunnen zijn.

Verder lezen
Terug naar overzicht