Kantonrechter Utrecht 18-04-2002 (Schokkenbroek), JAR 2002, 93


Ontbinding gewichtige redenen (op termijn in verband met uitoefenen opties). Schadeloosstelling (C = lager dan 1 i.v.m. non-activiteit).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 93.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer - 41 jaar, zes jaar in dienst, salaris € 93.772,-- per jaar inclusief bonus - vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Hij biedt daarbij een vergoeding aan conform correctiefactor 1. De werknemer voert verweer tegen het ontbindingsverzoek, vraagt om toepassing van een hogere correctiefactor en verzoekt om behoud van zijn optierechten. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Ten aanzien van het verweer van de werknemer dat hij aanspraak maakt op een andere passende functie overweegt de rechter dat partijen gedurende drie maanden hebben overlegd over een afvloeiingsregeling. In deze periode heeft de werknemer geen (serieus) bezwaar gemaakt tegen de op non-actiefstelling. De periode tussen de non-actiefstelling en de mondelinge behandeling beslaat ruim vierenhalve maand. Nu de werknemer deze lange periode heeft laten verstrijken zonder serieus bezwaar tegen de non-actiefstelling te maken en zonder dat enige actie is ondernomen om toelating tot het werk af te dwingen, gaat de kantonrechter ervan uit dat herplaatsing in een andere functie niet (meer) aan de orde is. De werknemer heeft ter zitting toegelicht dat hij schade lijdt ten gevolge van het missen van de laatste trance van 2160 opties op 23 juli 2002. De werkgever heeft verklaard met het oog daarop in te stemmen met een ontbinding per 1 augustus 2002. De kantonrechter ontbindt daarom met ingang van deze datum. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de werknemer te compenseren voor het "verlies" dat hij lijdt doordat hij op grond van het Stock Option Plan de opties moet uitoefenen vóór de einddatum van het dienstverband en dus geen gelegenheid heeft om een hogere koers af te wachten. Koersrisico's zijn inherent aan optieregelingen. Dit soort risico's komen voor rekening van degene aan wie de opties zijn toegekend. De kantonrechter stelt de vergoeding vast op € 40.000,-- bruto, dat wil zeggen op een vergoeding die lager is dan C=1. De reden daarvoor is de lange periode (negen maanden) dat de werknemer salaris heeft ontvangen zonder dat hij daarvoor heeft hoeven werken.

Terug naar overzicht