Kantonrechter Utrecht 19-08-2003 (Schokkenbroek), JAR 2003, 274


Detachering in het buitenland. Loon. Toepasselijk recht.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 274.

De werknemer, in dienst sinds 1 maart 1990, is met ingang van 1 augustus 2002 naar Shanghai uitgezonden. Partijen zijn daarbij schriftelijk overeengekomen dat de werknemer gedurende een periode van minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar zal worden uitgezonden en dat wijziging van deze periode alleen met wederzijds goedvinden mogelijk is. De werknemer heeft tijdens de uitzending Shanghai goed gefunctioneerd. In de loop der tijd zijn er echter problemen ontstaan tussen hem en zijn leidinggevende. Naar aanleiding hiervan heeft de werknemer de werkgever gevraagd of deze een passende functie voor hem vacant heeft in Nederland of België. De werkgever heeft gesteld dat dit niet het geval is en heeft vervolgens besloten de uitzending voortijdig af te breken en de werknemer terug te roepen. De werknemer vordert thans in kort geding nakoming van de uitzendovereenkomst inclusief doorbetaling van loon, schoolgeld van zijn dochter en de huur van zijn woning en toelating tot zijn werkzaamheden. De kantonrechter verwerpt het verweer van de werkgever dat de clausule omtrent het twee jaar duren van de uitzending een standaardclausule is die geen bijzondere betekenis heeft in dit geval. Het is duidelijk dat deze clausule expliciet in het contract is opgenomen op wens van de werknemer. Als de werkgever opname daarvan niet had gewild, had hij dit moeten vastleggen. In beginsel valt het voortijdig beëindigen van een uitzending onder het directierecht van een werkgever. In onderhavig geval, waarin uitdrukkelijk andere afspraken zijn gemaakt, is dit echter niet het geval. Het goed werknemerschap kan onder omstandigheden een inbreuk op gemaakte afspraken rechtvaardigen. In deze zaak rechtvaardigt het feit dat de relatie tussen de werknemer en zijn leidinggevende niet optimaal is echter geen inbreuk op de afspraken, gezien ook het goede functioneren van de werknemer. De werkgever dient de over de uitzending gemaakte afspraken daarom na te leven en de betaling van loon en emolumenten voort te zetten. Verder moet de werkgever de reiskosten die de werknemer heeft gemaakt ten behoeve van de kort geding zitting vergoeden, nu de werknemer zich, omdat in het contract Nederlands recht van toepassing is verklaard, zich tot de Nederlandse rechter moest wenden.

Terug naar overzicht