Kantonrechter Utrecht 20-04-2000 (Staal), JAR 2000, 130


Wijziging arbeidsvoorwaarden. Onkostenvergoeding (studiekosten). Overplaatsing.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 130.

Een werkneemster treedt voor één jaar in dienst als teamleider bij een call center, salaris NLG 3.621,40 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is een algemeen reglement van toepassing op grond waarvan een financiële tegemoetkoming mogelijk is in geval van studie op eigen initiatief. Voordat de werkneemster in dienst trad, heeft de werkgever besloten tot reorganisatie. Op grond hiervan dienen teamleiders een studie te volgen, waarbij van de werknemers een financiële bijdrage wordt gevraagd als de arbeidsovereenkomst binnen één jaar na afronding van de opleiding eindigt. De werkneemster wil de opleiding graag volgen doch kan gezien haar persoonlijke situatie geen bijdrage opbrengen. De werkgever stelt daarop de werkneemster te werk als duty en verlengt haar contract niet. De werkneemster vordert bij voorlopige voorziening toelating tot haar werk als teamleider en bekendmaking hiervan binnen de organisatie. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever tijdens de sollicitatiegesprekken en in de arbeidsovereenkomst geen voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van een opleiding en de opleidingskosten. De arbeidsovereenkomst bevat geen eenzijdig wijzigingsbeding op grond waarvan de werkgever de arbeidsvoorwaarden mocht wijzigen. Bovendien heeft de OR, die na het nemen van het reorganisatiebesluit is ingesteld, niet ingestemd met de wijziging van de studieregeling in de algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de opleiding overwegend in het belang van de werkgever is en dat gezien het feit dat de werkneemster slechts tijdelijk in dienst is, waardoor de terugbetalingsregeling de duur van de arbeidsovereenkomst overschrijdt, het besluit van de werkgever onredelijk is. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot tewerkstelling van de werkneemster als teamleider op verbeurte van een dwangsom en tot bekendmaking hiervan binnen de organisatie. De kantonrechter vertrouwt erop dat als de training onontbeerlijk voor het functioneren van de werkneemster is, dat de werkgever de werkneemster de cursus laat volgen zonder enige terugbetalingsregeling.

Terug naar overzicht