Kantonrechter Utrecht 22-03-2000 (de Laat), Prg. 2000, 5474


Competentie. Ziekte.

Een werkneemster die woont in Rotterdam en werkt in Den Haag, wordt door haar werkgever gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht, de vestigingsplaats van haar advocaat als gekozen woonplaats. De werkgever meent dat op grond van art. 126 lid 16 Rv de kantonrechter van de gekozen woonplaats bevoegd is. De kantonrechter overweegt dat volgens art. 97 lid 2 Rv art. 126 lid 16 Rv is uitgesloten, zodat dagvaarden in het kanton van de gekozen woonplaats onmogelijk is. De bevoegde rechter is derhalve de kantonrechter te Rotterdam. Art. 99 Rv, op grond waarvan de gekozen woonplaats geldt indien de werkelijke woonplaats niet bekend is, is hier niet van toepassing. Ook is niet gesteld dat partijen in een reeds gerezen geschil bedongen hebben dat van deze regels binnen de grenzen van art. 43 RO zal worden afgeweken. De kantonrechter verwijst de zaak naar de kantonrechter te Rotterdam en wijst de partijen voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak op het proefschrift van Hoogendijk over de loondoorbetalingsverplichting tijdens het eerste ziektejaar.

Terug naar overzicht